Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kundigen daardoor toegebracht wordt. Zelden, dat wij de kritiek zoo, op heeterdaad betrapt, mogen te pronk stellen, al zijn haar bedrijven dikwijls tienmaal zoo ergerlijk. En dan nog wordt repliek niet altijd toegestaan, gelijk in bovenstaand geval mij een korte weerlegging der beschuldiging door de oude Spectator-redactie geweigerd werd.

Een der meest op prijs te stellen studies over Bilderdijk is het doorwrochte boek van Dr. Bavinck. Het behandelt Bilderdijk als denker en dichter, het minst den dichter en bijkans geheel niet den kunstenaar. \ oor ons zijn daarom van het meeste belang het hoofdstuk over taal en poëzie en het besluit. Bavinck legt voornamelijk Bilderdijk's ideeën en gevoelens uit aan de hand van diens uitingen in poëzie en proza.

De poëzie was voor Bilderdijk geen geïsoleerd terrein, maar stond met al zijne andere studiën en werkzaamheden in verband. Het dichterlijke bij hem ligt volstrekt niet alleen in zijne talrijke verzenbundels, maar evenzeer in zijn diep gevoel voor de schoonheid in al het geschapene, in zijn zielsbehoefte aan eenheid, orde, harmonie, in zijne gansche wereldbeschouwing, in zijne religieus-ethische en tegelijk aesthetische conceptie van alle dingen, de kleinste, zoowel als de grootste. Ook in zijn proza komt deze dichterlijke natuur telkens voor den dag.

Wat de taal betreft: Bilderdijk gelooft dat er eene innige betrekking is tusschen de stemgeluiden en de denkbeelden, uit kracht waarvan de eerste tot kenbare teekens van de laatste verstrekken. En deze organische beschouwing trekt hij ten slotte ook tot het letterteeken door. Menschen en volken schrijven verschillend, omdat zij zeiven in allerlei psychische en physische eigenaardigheden onderscheiden zijn; ieder geeft in zijn taal, in zijn stijl, maar ook in zijn schrift als het ware een afbeeldsel van zichzelven.

Over zijn poëzie in engeren zin: < Rijkheid en verscheidenheid van zangvallen en rijmklanken zijn, naar Bilderdijk's getuigenis, als kunstrijke en sierlijke volzinnen, voorwerpen van weelde, die met de eenvoudige ruwheid van sommige onderwerpen even weinig overeenkomen, als pracht van koloriet in de schilderij van de hut van Filemon. Er moet eenige overeenstemming zijn tusschen den stijl van 't verhaal en het onderwerp, en de verzen maken als het kleed van dien stijl uit. Zij, die het beginsel der eenheid, 't welk dat der volkomenheid is, beoefend hebben, verstaan dit.» Voor den kunstrijken Bilderdijk is deze opmerking van veelwaarde.

Daar is geen dichter, dan voor zoo veel hij zich eindloos boven deze wereld gevoelt, buiten deze wereld leeft en bestaat, in eene geheel andere denkt, begeert en geniet, en zijne denkbeelden uit verhevener, uit onstoflijke vlam en licht, scheppen kan. De dichtkunst is dan ook geen spruit

Sluiten