Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vergeleek ik Bilderdijk met den Duitschen mysticus Novalis, Scharten roemt het gedichtje «Voorbestemming des Christens >, — terwijl Kloos dit « een grappig proefje » noemt en een « Cornelis Paradijsje », — < een subliem gedichtje, waarin men die bijna sensueele zoetheid der catholieke adoratie smaken moet, om het ten volle te kunnen begrijpen.» (Het meer betwiste vers, dat aanvangt: Dauwdrup van een hooger lucht). De titel van het vers is leelijk deftig.

De beroemde Dithyrambe schijnt hem als een schilderij van Fra Angelico met fresco brooze, hemelsch-diepe kleuren.

Over het gedicht « De Dood > : « Moet men niet denken aan Bouten's even diep als eenvoudig, even puur als hoog-gestemd gedichtje: « Goede dood wiens zuiver pijpen », bij het hooren van sommige verzen uit Bilderdijk's De Dood ? « Wist ge », schrijft hij bij'Angst, «dat Bilderdijk naturalist kon zijn ? >

Ook behandelt hij eenige der zinnelijke gedichten, en zegt dan: «En tusschen het dartele en hemelsche geluid, wat een breede rij variaties nog van klank en val! Daar klinkt nog de wiegelende verhaalgang der ballade en het koperen geschal der Pindarische Ode, het klagelijk dunne rythmusje van een gedichtje als « Zielszucht», het zwaar galmende klok-gebom van « Uitvaart > en de in het opwieken zich verdringende, omhoog-wervelende strophen-vlucht van het profetische «Afscheid». Dan wordt, eindelijk, de alexandrijn gehoord, de knokige en pezige van de «Ziekte der Geleerden», de beurtelings statig-rollende, liefelijk-ruischende, donderdaverende van het Epos; en de haat-geladene, in invectieven ontploffende van zijne boetpredikaties.»

Scharten bewondert een taal vol beweging en kleur, een breed-gedragen of heftig-aandaverend vers, heen-kabbelend of voortspoedend naar nu eens gedurfde, dan zin-spiegelende rijmen, een vers dat leeft van rhytmische golfslag en klankrijkheid; en een verhevenheid, die steeds op een, zoo niet stoffelijke dan toch geestelijke werkelijkheid steunt, — die wel koud soms maar nooit valsch is.

«Bereikten de tachtigers », volgens Scharten (men denke hier aan het «nooit boven zichzelven uitvliegen», dat Kloos in Bilderdijk ten slotte gedwongen was te prijzen, aan de « gedisciplineerde oude garde », waarvan Da Costa en Ten Kate spraken) « wellicht inniger diepten in hun rythme, in beginsel was het niet zoo goed als het Bilderdijksche, omdat zij die innige rhythme-diepten niet bereiken konden zonder het metrum te breken. Bilderdijk's rhythme nu gaat nooit in tegen de maat, maar, met de maat mee, vaart het als een hoogere maat daar over heen. rakend met zijn wieken de lettergrepen, die hoog óp moeten klinken en suizende langsscherend die dof voorbij moeten vlieten.

Sluiten