Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe echter ontstaat die etherische wind? Het is door den beurtelings zwaren geluidsdruk en depressie van toon, die de klank-expressie veroorzaakt.»

Ten slotte: «Het ideëele en reëele zijn bij Bilderdijk verweven, zooals zij verweven zijn bij Vondel. En dat bestemt hem, zoo goed als Vondel, tot een van de Meesters der toekomst.»

Vermelden wij nog, dat Scharten niet Da Costa, Thijm, Beets of Ten Kate, maar Guido Gezelle den grootsten leerling acht van Bilderdijk. Ineen kritiek op Gezelle wees van Nouhuys reeds op Bilderdijk's invloed en ook ik besprak die in de Ned. Spectator 1907, daar hun meeningen bijvoegend.

Scharten heeft in deze Gidskritiek zichzelven overtroffen, nadat hij in een beknopt artikel over Guido Gezelle deed vermoeden, indien hij zich met ernst en waardigheid aan het werk zette, kritiek van hooger gehalte te kunnen leveren. Zijn pen heeft te vroeg genoten van een overmaat van vrijheid, waardoor zijn stijl en zijn oordeel weinig gedegen werden. « Baroc », dit is het groote gevaar voor Scharten; overmoedig en zonderling , het noodige verantwoordelijkheidsgevoel missend, ziet men hem in stijl en beeld en meeningen soms de kluchtigste bokkesprongen maken, waarmede hij effect hoopt te maken bij het publiek; hij haalt, om het zoo eens te zeggen, gaarne «dolle streken» uit, en overlegt hoe hij den lezer het best amuseeren kan, komt er niet iets raak-pittigs in het hoofd, dan maar een gillende dwaasheid neergeschreven, en zoo is hij een vermaker-kunstenaar dien we immer met een soort van merkwaardige verbazing aan het werk zien bij zijn dubbelen rol, — en ook een zekere vrees door de macht, die hem in handen is gesteld, en welke door Scharten alléén en alléén ten goede van onze letterkunde diende te worden gebruikt, waartoe wij hem evenwel niet rijp en niet ernstig genoeg achten. Laten wij het daarom dubbel op prijs stellen, dat zijn oordeel over Bilderdijk zooveel beter en juister is geworden, en ook hij tot de kennis van Bilderdijk heeft mogen bijdragen.

In zijn verontschuldigingen voor de tachtigers bij hun veroordeeling van Bilderdijk heb ik hem niet gevolgd. Hij meent, dat de tachtigers Bilderdijk te veel hebben vereenzelvigd met de zwakke dichters, die na hem kwamen. Verwey maakte echter reeds vroeg een onderscheid tusschen hen, Bilderdijk's krachtiger persoonlijkheid erkennend.

Na het jaar 1906 is weinig meer over Bilderdijk geschreven. Ieder had zich over den dichter uitgesproken. Echter in Januari 1908 kwam Kollewijn in Groot-Nederland met een nieuwen vondst aandragen, aanteekeningen van den Fries J. Halbcrtsma, die Bilderdijk persoonlijk kende (niet te verwarren met den ouden Halbertsma, den bekenden dichter, die Bilderdijk

Sluiten