Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK.

VOLKENRECHT

1 Algemeen. Het volken- of internationaal-recht is het recht der Staten, omvattende de gedragsregels door de verschillende Staten, bij hun onderling verkeer in acht te nemen, m a.w. het geheel van onderlinge verplichtingen; plichten die te vervullen, rechten die jegens elkander te verdedigen zijn ').

Het stelt de regelen, die vervuld moeten worden, opdat de Staaf, in zijne verhouding tot andere Staten, zelf Staat kunne blijven en in zijne natuurlijke eigen vrije ontwikkeling niet worde belemmerd.

In dat recht treden de Staten als volkenrechtelijke personen op. Zij behooren het toe te passen en te handhaven.

De individuen zijn slechts volkenrechtelijke personen in den engeren zin, dat zij op bescherming van het volkenrecht aanspraak hebben, wanneer hunne door dat recht gewaarborgde rechten als mensch worden geschonden.

Elke Staat is, waar het de handhaving en uitbreiding van zijne rechten geldt, eene egoïstische figuur, beoogt vóór alles zijn eigenbelang en bevordert in den regel alleen dan het

1) Calvo, § 1.

Sluiten