Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkorten. Omtrent het gebruik en toepassen van de regelen der krijgskunst beslist de veldheer volkomen, onbeperkt en onbegrensd, maar het oorlogsrecht wijst aan tegen wie ooi log wordt gevoerd en welke middelen ongeoorloofd zijn, volgens de regelen en oorlogsgebruiken, welke, op het recht gegrond, door de beschaafde Staten zijn aangenomen, om het werk der vernieling van levens en van eigendommen niet verder te doen omgrijpen, dan voor het einddoel noodzakelijk is. Oorlogsnoodzaak speelt dus in het oorlogsrecht eene voorname rol.

3. Oorlogstooneel en onzijdige zone. Een gedeelte van de open zee, een verbindingskanaal tusschen twee zeeën of een territoor kunnen bij overeenkomst onzijdig worden verklaard1). Vijandelijkheden mogen niet anders plaats hebben dan: te land, binnen het gebied waar de oorlogspartijen souverein gezag uitoefenen, voorts in hunne territoriale wateren en in de open zee. De tcrvitoriule uciteien van een Staat zijn vooral diens havens, reeden, baaien en riviermonden; bovendien volgens eene oude, naar sommigen vermeenen, verouderde traditie, overblijfsel van het Mare clausum-), de zee, welke tot 3 zee-mijlen afstand, gerekend van de laagwaterlijn, de kust bespoelt. Zweden en Noorwegen nemen dien afstand zelfs tot vier zeemijlen.

4. Het toekennen van de hoedanigheid van oorlogvoerende aan opstandelingen. Het volkenrecht is geneigd

1> Behalve de verschillende voorbeelden aangehaald in den Beer Poortugael. Oorlogs- en neutraliteitsrecht, 1900, bl. 29 en 30, kan thans nog gewezen worden op een zeer merkwaardig, nm. de overeenkomst in September 1905, aangegaan tusschen Zweden en Noorwegen, bij hunne scheiding, waarbij eene onzijdige zóne, ook wel buffer-zóne genoemd, van 15 kilometer aan iederen kant, langs de grens werd aangenomen, binnen welke 30 K.M. elke vesting of fort moest worden ontmanteld, geen nieuwe versterkingen mogen worden aangelegd en geen troepenmacht zich mag bevinden. De controle over de ontmanteling moest plaats hebben door drie technische officieren, van vreemde legers, een dezer gekozenen is geweest een Nederlandsch hoofdoflicier der genie.

2) Geouffra de Lapradelle, Le droit de VEtat sur la nier territoriale, 1898.

Sluiten