Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als men gevaarlijke streken bewonen of doortrekken moet, zal de een het licht tellen om een half dozijn dorpen in brand te steken, en op het geringste vergrijp den doodstraf toe te passen,1) terwijl hij zijn zwakheid en vrees voor een wellicht denkbeeldig gevaar verbloemt onder den alles dekkenden term van oorlogsnoodzaak, waar een meer edeldenkend en minder gevaar duchtend aanvoerder zijn geweten niet wil bezwaren met zulk een ruw en weerzinwekkend bedrijf. Hij, die zedelijken moed mist en de verantwoordelijkheid zijner daden ducht, zal derhalve ras militaire noodzaak aangrijpen om zich te dekken, waar hij die de spreuk: Fais re que dois, advienne que pourra, voor oogen houdt, niet voor de verantwoordelijkheid terugdeinst en dringende redenen afwacht, eer hij tot uitersten overgaat.

Al laat het oorlogsrecht eene handeling strikt genomen toe, bij de toepassing zij men indachtig, dat zoo kan, maar daarom niet zoo behoeft te worden gehandeld. Naast het recht staat de moraal, de leer der humaniteit; deze beoogt bovenal het geluk van hen, die zich aan hare regelen onderwerpen. Eene van de schoonste zedelijke eigenschappen van den mensch is edelmoedigheid. Mocht het ons dan ook zijn voorbehouden oogenblikken te doorleven, waarin het lot van velen in onze hand ligt, laat ons dan bedenken dat er omstandigheden zijn, waarin wij, ter eere van het Vaderland, moeten zeggen:

La justice le permet, la grandeur d'dme le défend.

11. Oorzaken tot oorlog. Volgens velen rechtvaardigt alleen het staatsbelang den oorlog niet. Deze moet niet alleen noodzakelijk, maar ook de oorzaak tot oorlog moet rechtvaardig zijn.

Hugo de Groot en andere schrijvers met hem noemen een oorlog onwettig, die uitsluitend ten doel heeft een anderen Staat in de ontwikkeling van zijne macht te stuiten.

1) P.alck's Takt ik, IV, S. 377.

4

Sluiten