Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbitrage voor de ondergeteekende Mogendheden inhouden, behouden deze Mogendheden zich voor, om hetzij vóór de bekrachtiging van het tegenwoordig verdrag, hetzij later, nieuwe, algemeene of bijzondere, overeenkomsten aan te gaan, ten einde de verplichte arbitrage uit te breiden tot alle gevallen, die zij zullen meenen daaraan te kunnen onderwerpen.

In de volgende artikelen is bepaald dat er, ten einde het onmiddellijk beroep op arbitrage gemakkelijk te maken, een Permanent Hof van Arbitrage wordt ingesteld, hetwelk voor alle gevallen van arbitrage bevoegd zal zijn, tenzij Partijen mochten zijn overeengekomen eene bijzondere rechtsmacht in te stellen. Dat Hof heeft te :s-Gravenhage een internationaal bureel, als griffie, dat het archief bewaart en de administratieve zaken beheert. Ieder der contracteerende Mogendheden wijst ten hoogste vier personen aan, die als leden van het Hof op een lijst worden gebracht en waaruit naar bepaalde regelen, c. q. de arbiters worden gekozen, zijnde 's-Gravenhage gewoonlijk de zetel van het scheidsrechterlijk gerechtshof. Daar is ook, krachtens Art. 28, een Permanente administratieve Raad ingesteld, gevormd uit de diplomatieke vertegenwoordigers der contracteerende Mogendheden aldaar geaccrediteerd. met den Minister van Buitenlandsche Zaken van Nederland als Voorzitter. Deze Raad is belast met het administratief beheer en de kennisgevingen aan de verschillende Mogendheden.

Voorts is de scheidsrechtelijke procedure bepaald, zoodat ook daaromtrent later geen misverstand kan rijzen.

Daar de Staten thans weten waaraan zij zich te houden hebben en niet aan verrassingen en verwikkelingen blootstaan, maar een scheidsgericht, toegerust met alle gegevens, gereed staat om dadelijk te kunnen optreden, zullen zij hoogstwaarschijnlijk veel meer dan vroeger tot arbitrage besluiten.

De Minister van Buitenlandsche Zaken W. H. de Beaufort, dit den '20sten Juli 1899 te 's-Gravenhage gesloten verdrag tusschen Nederland en een groot aantal nader te noemen Mogendheden met de Koninklijke Boodschap van 30 Januari 1900 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal ter goedkeuring doende toekomen, heeft daar bijgevoegd eene Memorie

Sluiten