Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand intreedt, niet alleen tusschen de strijdende partijen, maar ook tegenover de neutralen. De oorlogsverklaring bepaalt het tijdstip waarop die verandering plaatsgrijpt.

Groot-Britannië heeft in het laatst van November 189J aan andere Mogendheden doen weten, dat het zich van den 11 den October af in oorlogstoestand bevond met de Zuid-Afrikaansche Republiek en den Oranje-Vrijstaat.

Het meerendeel der schrijvers over het volkenrecht acht eenige formaliteit noodzakelijk, alvorens de vijandelijkheid te beginnen. Slechts enkele zijn van een tegengesteld gevoe en. Grotius, Puffendorff, Valin, Heffter, Hautefeuille, Bluntschli, (Jalvo behooren tot de eerste, Bvnkershoek, Martens, Klüber en Philimore tot de tweede

Wanneer eenmaal" — zegt Heffter1) — „de volken tien geesel van den oorlog, zonder voorafgaande en regelmatige waarschuwing, te duchten zullen hebben, zal het goed ^ ertrouwen verdwijnen om plaats te maken voor een stelsel \an afzondering en wederkeerige vrees," terwijl hij er bijvoegt: geïsoleerde gevallen, waarin men zich ontslagen heett gerekend van eene voorafgegane verklaring, stellen geen regel om door oorlogspartijen te kunnen worden aangevoerd.

Het moeten doen van eene voorafgegane ondubbelzinnige waarschuwing is thans positief recht geworden, de % orm i> zelfs aangegeven, alleen de tijd waarop die moet geschieden is niet bepaald,

De laatste zinsnede is er niet dan na ernstige tegenkanting van de zijde van den Schrijver dezes en van de Belgische Gedelegeerden en de Commissie van Onderzoek aan toegevoegd, op voorstel van den heer Renault.

Den 19den Juli 1870 overhandigde, na het vertrek van den Gezant, de Fransche chargé d'affaires Le Sourd aan Graaf von Bismarck een formeele akte van oorlogsverklaring.

De oorlogsverklaring van Italië aan Oostenrijk, in 1866, was gesteld in een brief van den Chef van den Generalen Staf van Koning Victor Emanuel aan den Oostenrijkschen Opperbevelhebber, Aartshertog A 1 b r e c h t.

Na vooropgesteld te hebben dat Oostenrijk, meer dan eenige andere Staat, reeds sedert verscheiden eeuwen aan Italië onberekenbare materieele en moreele nadeelen hacl berokkend, het belette zijne eenheid tot stand te brengen en in \ enetië eene Italiaansche bevolking, trots alle vertoogen, bleef onderdrukken. werd volgenderwijze besloten:®)

1) Heffter, p. 231.

2) Oisterreichs Kümpfe im Jahre 1866, II, § 32.

Sluiten