Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de Brusselsche Conferentie bepaalden last, zelfs voor de volkswapening de vereischten van art. 9 Bruss. Conf. te vorderen, en ofschoon hij zich in den loop der discussie liet medeslepen om die eischen te laten varen voor de bevolking van eene „loealité tant qu clle ti*a cu le temp# de s organiser conformémeat a Partiele 9" (wie beslist daaromtrent?), voegde hij'er dadelijk bij, dat dit slechts zijn individueel gevoelen was, doch dat hij' daaromtrent eene reserve zich voorbehield, omdat hij op dit punt het goedvinden van zijn bewind niet kende >). „Loealité" is vervolgens, op verzoek van Kolonel Ha mm er (Zwitserland), uitgebreid tot „territoire".

Uit den brief van Graaf vonMoltke aan Dr. B1 u n t s c h 11 blijkt duidelijk, dat deze het met dit beginsel niet eens was.

In de Tweede Vredesconferentie is. op voorstel van Duitschland, aangenomen dat de woorden: indien zij de wetten en gebruiken van den oorlog eerbiedigt, worden vervangen door de volgende:

indien zij de wapenen openlijk draagt en de wetten en gebruiken van den oorlog eerbiedigt.

d. Volkswapening,

Voor de algemeene volkswapening is geen uitzondering in de voorwaarden tot erkenning als gewapende macht toegestaan.

Elke Staat is bevoegd tot verdediging van zijn grondgebied alle inwoners onder de wapen te roepen en de volkswapening „levée en matse", of den landstorm te organiseeren. Dit is eene quaestie van inwendige huishouding, van Staatsrecht.

Voor de algemeene volkswapening, „levée en masse" wordt door enkele schrijvers (BIuntschli, Lieber) de uniform of een herkenningsteeken niet als vereischte gesteld.

Dit geschiedt uit een zedelijk beginsel en met een menschlievend doel. Ik ben echter verzekerd, dat daardoor juist het omgekeerde zal worden teweeggebracht van hetgeen er mede beoogd wordt. In den regel zal een volkswapening voor de Staten en bevolkingen een pr::ctisch nadeel zijn.

Men moet blijven vasthouden aan het beginsel: dat de oorlog wordt gevoerd tusschen de Staten, niet tusschen -de bevolkingen.

Van het oogenblik dat dit is toegepast, hebben de verwoestings- en verdervingstooneelen opgehouden van den oorlog onafscheidelijk te zijn. Waar ze nog bij uitzondering plaats vonden — het lot van het dorp Bazeilles in den slag bij Sédan — werden ze verontschuldigd door het feit, dat de burgerbevolking aan den strijd deelgenomen had.

Wordt dit beginsel losgelaten en treedt, bij de verdediging, de bevolking zelf als vijand op, dan is daarvan het onver-

1) Actes p. 158.

Sluiten