Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zooveel te minder mag men ze noodzaken in het hun vijandelijk leger overtegaan.

In het Tractaat 29 Dec. 1690 tusschen de Vereenigde Nederlanden en Frankrijk werd bepaald: „Men is wederzijds verdragen geene Gevangenen van Oorlogh te dwingen om dienst te nemen, of haar te laten inschrijven, enz.

Frederik de Groote noodzaakte in 1756 het geheele Saksische leger, dat bij Pirna gevangen werd genomen, in zijn leger te treden, terwijl hij in 1758 aan zijn broeder Hendrik schreef: „Ik bid u overigens met aandrang er wel aan te denken, om in alle gevechten met de troepen van de „Kreits'' (des cercles) gevangenen te verkrijgen, ten einde er recruten van te maken."

Zij mogen nimmer aan het vuur hunner kameraden tot bescherming van eigen oorlogshandelingen of om eenige andere reden worden blootgesteld.

b. Verblijfplaats.

Art. 5.

De krijgsgevangenen kunnen worden onderworpen aan interneering, verblijf in eene stad, vesting, kamp of welke andere plaats ook, onder gehoudenheid zich vandaar niet buiten zekere vastgestelde grenzen te verwijderen; maar zij mogen niet worden opgesloten dan bij wege van onvermijdelijken veiligheidsmaatregel.

In de Tweede Vredesconferentie is aan het slot toegevoegd:

en slechts zoolang de omstandigheden duren, welke dezen maatregel noodig maken.

Het slecht en onmenschelijk behandelen van gevangenen was langen tijd regel. De Pruisen dwongen ze in hun leger dienst te nemen (Saksers bij Pirna); de Russen zonden ze naar Siberië; de Engelschen stopten ze op en deden ze gebrek lijden in de beruchte pontons, waar de sterfte, door ophooping, slechte ventilatie en reiniging zoo groot was dat o.a. van het Fransche leger, dat bij Baylen kapituleerde, slechts enkelen in het leven bleven. De Italianen sloten hunne gevangenen op in de holen op Cabrera.

In den oorlog van Groot-Britannii1 tegen de Zuid-Afrikaansche Republieken werd aan de ruim '20(10 Engelsche krijgsgevan-

Sluiten