Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zake öf door Generaal Vogel von Falckenstein opeigen gezag of op last van de Pruisische Regeering werd genomen, is — zooal. strikt genomen, niet in strijd met het geldend volkenrecht, dat de représailles nog toelaat — m.i. evenwel in «trijd met de oorlogsgebruiken. Voor ieder Kranseh oihcier. die ontvluchtte, moesten tien andere Fransche officieren uit hetzelfde garnizoen, daartoe door het lot aangewezen, in een fort opgesloten worden en eene zeer gestrenge bewaking ondergaan. Van gematigde toepassing van het recht is hier geen sprake.

Deze représailles tegen onschuldige gevangenen zijn te meer bevreemdend, daar de Duitschers de krijgsgevangenen 111 het algemeen goed behandeld hebben. In Berlijn was o.a. aan het Ministerie van Oorlog een bureel ingericht, waar men omtrent hun verblijf inlichtingen kon bekomen; zij verkregen boeken en men deed wat mogelijk was, om hun lot te verzachten.

De zaak van Cameron, zich ook noemend George Howie.

In den oorlog tusschen Japan en China kwam deze merkwaardige zaak voor, welke tot verschillende vragen op het gebied van oorlogsrecht aanleiding heeft gegeven.

Den 20sten Januari 1885 zonden de Japansche veldmaarschalk Graaf Oyama en Admiraal Ito, zijnde de laatste Commandant van het Japansch eskader, liggende in den mond der Ta-tongrivier, een brief aan Admiraal T i n g, die met het Chineesch Pei-yang eskader lag in Port-Arthur, Talien-wan en Wei-hai-wei, waarin zijn en in het algemeen China's hopenlooze toestand uiteengezet en hem dus in overweging gegeven werd, ten einde nutteloos bloedvergieten te vermijden, zich met 'zijn vloot over te geven.

Admiraal Ting stemde daarin toe, bij brief van 12 februari d.a.v., onder de volgende voorwaarde: „I earnestly beseech you to refrain from doing further hurt to the Chinese and II 'esterners serving in the army and navy of China, cui well as to the townspeople of Wei-hai-wei:' Admiraal Ito nam de voorwaarde aan en den 16den werd de Conventie der capitulatie van Wei-haiwei geteekend.

Volgens Art. 1 moest er een lijst opgemaakt worden, waarop de namen, betrekkingen en rangen van aile zee- en militaire officieren, zoowel Chineesche als vreemde, welke in vrijheid 'wenschten gesteld te worden, moesten voorkomen. Bij de vreemdelingen moest de nationaliteit worden vermeld. Volgens Art. '2 behoorden deze hun woord schriftelijk te verpanden in den tegenwoordigen oorlog niet meer te dienen.

Toen, om de gestelde vragen te beantwoorden, al de vreemdelingen, ten getale van 103, op het Japansche Vlagschip de „Matsushina" waren gekomen, vond men tot verwondering

Sluiten