Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan worden beschikt, wordt door het tegenwoordig volkenrecht als onnienschelijk verworpen, evenals de stelling, dat tegen den vijand alles veroorloofd is, wat den Staat nut kan aanbrengen ').

§ II en XI Russ. voorstel; § 12 Bruss. Confer.; blz. 9 en 29 Fr. manuel; §§ 1 en 4 Handl. van het Instituut.

In het tegenwoordig volkenrecht heelt de oorlog alleen recht van bestaan als een middel voor den Staat om zichzelf recht te verschaffen en moet het doel zijn: zoo spoedig mogelijk tot den regelmatigen, natuurlijken rechtstoestand en den vrede te geraken.

De maatregelen van geweld, die, onder de omstandigheden waarin zij plaats hebben, de grenzen van bepaalde noodzakelijkheid overschrijden, wekken den volkshaat op en leiden

tot wanhopig verzet.

Zij kunnen dus het sluiten van den vrede doen vertragen, soms het bereiken van het doel onmogelijk maken en zijn derhalve — ook al mochten zij op zichzelf beschouwd of onder andere omstandigheden te billijken zijn in strijd met de tegenwoordige begrippen van volkenrecht, die niet anders dan de hoogst noodzakelijke maatregelen van geweld als wettig erkennen en toelaten.

Generaal von Hartmann, volgens wien alle inwoners vijanden zijn, wil daarentegen handel, scheepvaart en industrie vernielen, omdat die aan den Staat het vermogen geven, zelfs gedurende den oorlog den materieelen opbouw van het legei te voltooien, ja te vernieuwen 2), en hij wi) het financiewezen des lar.ds verzwakken, belemmeren en ten gronde richten, m.a. w. hij wil, in strijd met den aanhef van de Peterburgsche Declaratie van 1868: ,.Comidérant que les progrès de la civilisation doivent avoir peur effet d'aténuer autant que possible les calamités de la guerré1', en niet zooals Portalis, 1 allevrand e. a. „in tijd van oorlog zoo weinig mogelijk", maar daarentegen zooveel mogelijk kwaad toebrengen.

Deze leer werd gedeeld door den Veldmaarschalk v o n Mo 11ke, die den lltlen December 1880 aan Dr. Bluntschli schreef: ne puis en aucune■ fu<;on ine dire (Vaeeord avec la Déclaration de Sa.int-Petersbourg, lorsqu'elle prétent que l'affaiblUsement des forces militaires 'de l'ennemi constitue Ie *enl mode légitime de procéder duns la guerve. Aon il fuut attaquer toutes les ressources du gouvernement ennemi, ses JUnances, ses rhemms de fer, ses approvisionnenients et même sou prestige" 3).

1) Heffter, Droit intern, public de l'Europe, p. 29.

2) Von Hartmann, S. 12, 42 en 49.

3) Tekst van de „Revue de droit international" etc.

Sluiten