Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar uit, met de bevolking van Parijs, door uitvallen en geschutvuur, de Duitsche legers aan.''

Wat Graaf von Bismarck hier schreef is juist: het recht der Duitsohers, om Parijs te bombardeeren, ten einde het te bemachtigen, kan hun op redelijke gronden niet worden ontzegd.

Hoewel het bombardement geoorloofd is, moet men, zoolang de burgerbevolking niet in massa aan den strijd deelneemt, en alleen de regelmatig georganiseerde militaire macht van den Staat oorlog voert, zich bepalen tot het bewerpen deiwalgangen en vestingwerken, der kazernes, arsenalen, militaire laboratoriums, kruitmagazijnen en voorraadschuren.

De inwoners van Antwerpen zonden aan de Conferentie te Brussel eene petitie, opdat deze, als tot een humanitair doel bijeen, als beginsel zou aannemen, dat wanneer voortaan eene vesting wordt gebombardeerd, het artillerievuur slechts tegen de forten en niet tegen de woningen van de burgers worde gericht. Ofschoon dit hoofdbeginsel werd beaamd, werd eene bepaalde beslissing niet genomen ').

Somtijds zal het bezwaarlijk zijn de particuliere huizen en gebouwen van kunst te sparen. Indien het bewerpen op groote afstanden plaats heeft, is men niet zeker van een worp, indien de vesting van een oud systeem is en de huizen nabij den walgang liggen. Bovendien worden scholen of andere groote gebouwen veeltijds tot berging van levensmiddelen ingericht. De aanvaller is volkomen in zijn recht die te vernielen: maar daar hij in het onzekere verkeert waar de voorraad is opgeslagen, mag, in een uiterst geval, ook op de hoofdgebouwen, als men met grond onderstelt dat zij tot magazijnen dienen, het vuur worden gericht. .. .

Neemt de burgerbevolking deel aan den oorlog, stelt zij zich, als bij eene volkswapening het geval is, in massa tegen den vijand als oorlogspartij, dan neemt zij ook alle risico en schaden daarvan op zich; öf wel heelt het militair bestuur van den verdediger niet gezorgd voor een voldoend getal kazernes en bomvrije lokalen onder en bij den walgang, zoodat de bezetting onbeschut in particuliere huizen wordt gehuisvest, dan is het van den aanvaller niet te eischen, dat hij die huizen spaart, maar kan hij mede de particuliere woningen beschieten, om de kracht van 's vijands tegenstand te breken.

In den oorlog van 1870—71 zijn de Duitschers meesttijds niet als een uiterst middel tot het bombardeeren van eene stad overgegaan, maar zij begonnen er mede. Het was een gevolg van de slechte constructie der vestingwerken en de verre dracht van het tegenwoordig geschut. Zoodra de bevelhebber van een belegeringskorps over een voldoend aantal vuurmonden kon beschikken, had hij het in de hand, in weinige dagen, de vesting door bombardement te bemachtigen, die hij anders, bij een geregeld beleg, soms in geen maanden en niet dan ten

1) Actes de la Conférence, p. 41, en Annexe, No. IV, p. 273.

Sluiten