Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koste van groote verliezen zou hebben vermeesterd. De Duitsche bevelhebbers waren dus volkomen in hun recht een middel te bezigen, dat het eind van den oorlog bespoedigde.

In die Fransche vestingen, volgens verouderd svsteem, hadden de bevelhebbers overigens kunnen handelen, zooals Generaal-majoor Lundung in den Duitsch-Deenschen oorlog van 1864 deed. Reeds den 9(1en Maart had deze de geheele burgerbevolking. met het grootst gedeelte van haar mobilair, de vesting Fredricia doen ontruimen en naar het eiland Funen overbrengen. Den '20sttn begon het bombardement; een vijftigtal huizen werden in de asch gelegd, doch thans zonder eenig militair gevolg, zoodat het spoedig werd gestaakt.

Coehoorn was een groot voorstander van het bombardement. Volgens Brialmont1) is het zeker, dat in de toekomst evenals in het verleden, deze wijze van aanvallen telkens zal worden gebezigd, wanneer men kans ziet daardoor den langzamen gang en de moeilijkheden van een geregeld beleg te vermijden.

In den oorlog van Groot-Brittannie tegen de Zuid-Afrikaansche Republieken zijn de versterkte plaatsen Mafeking, Kimberlev en Ladysmith, maanden achtereen, doch zeer ongeregeld, nu eens meer dan minder gebombardeerd.

Wanneer een open stad door de aanwezigheid van belangrijke militaire inrichtingen: geweerfabriek. kanongieterij, militaire constructie-werkplaatsen of dergelijke en van depots van troepenkorpsen als eene militaire wapenplaats wordt gebezigd, is het den aanvaller geoorloofd deze inrichtingen ook door bombardement te vernielen. Hij zal daarbij zooveel mogelijk de overige gebouwen der stad moeten sparen.

Het oorspronkelijke Russische voorstel ter Brusselsche Conferentie bevat eene onderscheiding tusschen open en bevestigde steden. De heer VanLansberge deed dientengevolge, namens de Xederlandsche Regeering, het voorstel te bepalen: Voor open stad zal gehouden worden elke stad, welke niet van eene omwalling of muur (enceinte) is omringd, maar omgeven door gedetacheerde forten, onder voorwaarde dat zij geen troepen bevat en dat de inwoners aan de verdediging der forten geen deel nemen.

Na discussie werd aangenomen dat „elke open stad, welke in de nabijheid van een fort ligt en tot hare verdediging bijdraagt, evenals eene vesting kan worden beschoten, maar dat zij, als ze niet bijdraagt tot de verdediging, niet kan worden gebombardeerd." 2). Het Fransche voorschrift zegt, dat er in zooverre geen onderscheid bestaat tusschen open en versterkte plaatsen, dat beide niet beschoten kunnen worden, zoodra zij niet worden verdedigd.

1) Traite' de fortification polygonale, p. 161 ;l 176.

2) Actes, p. 37.

Sluiten