Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stad, na een insluiting van 14 dagen, onverwachts gebombardeerd. Het bombardement van Parijs is evenmin aangezegd. De Gezanten der Neutrale Staten in Parijs vonden daarin, den 13den Jan. 1871, aanleiding een collectief vertoog bij den Noordduitschen Hondskanselier in te zenden.

Bevreemding wekt hetgeen omtrent dit punt in de Kriegsgeschichtliche Einzelschriften, Heft 31, S. 19 wordt aangetroffen.

„Eine vorherige Ankundigung der Beschieszung" — staat daar — „ist eben so wenig erforderlich wie diejenige eine» Sturmes". De voorafgaande waarschuwing zou, volgens den Duitschen Generalen Staf, niet gevorderd worden, terwijl Art. 26 van het Haagsche Reglement van 1899 haar gebiedend voorschrijft. Eene bindende bepaling van dat Reglement, dat een deel uitmaakt van eene Conventie, welke door de Duitsche Gevolmachtigden goedgekeurd en geteekend en vervolgens door den Keizer bekrachtigd is, zou aldus door den een of anderen Duitschen stafofficier willekeurig worden terzijde geschoven. Dat moet op een misverstand bij dien Generalen Staf berusten. Voorbedachte inbreuk op den goeden trouw, welke bij het sluiten van conventies en tractaten tusschen de verschillende Staten op den voorgrond staat, mag hier niet worden verondersteld.

Waar de schrijver van dit gedeelte der Einzelschriften zich op eene andere plaats, blz. 10, beroept op en aanneemt het voorgeschrevene bij de Petersburgsche Conventie van 1868 en op blz. 15 eveneens Art. 14 van het Haagsch Reglement, en dat Reglement nog aanhaalt op blz. 21 en '24, is het inconsequent Art. 26 van datzelfde Reglement te behandelen als van nul en geener waarde en de al of niet nakoming ervan afhankelijk te stellen van het goedvinden van eenig aanvoerder. „Der Belagerer" — eindigt hij toch — „wird sich die Frage vorzulegen haben, ob nicht gerade in dein Nicht Amagen, in dem Plötzlichen and Ueberraschenden der Beschieszuny schon ein Faktor des Erfolgea enthalten int. ob nicht durch die Ankundigung eine kostbare Zeit verloren geht". Het is duidelijk dat. waar deze overweging maatgevend is in alle gevallen en de bedoeling aan klaarheid niet te wenschen laat, een aanvoerder het in geen geval zal wagen tegen deze bedoeling van de opperste legerleiding te handelen en dus niet zal waarschuwen.

Gemoedelijk wordt geëindigd met: „Ist dies alles nicht zu befürchten, wird die Erreichung des Kriegszweckes nicht geführdet, so entspricht allerdings die Ankundigung einer Forderung der Humanitat.''

Toen nog onlangs, den 23en Februari van dit jaar, op Celebes de schijnbaar onneembare hoog op de rotsen gelegen Allahstellingen moesten worden vermeesterd, en daartoe de sectie snelvuur-geschut uit Paré-Para was ontboden, werd tot de beschieting dezer wilde bergbewoners niet overgegaan, dan nadat de hoofden, welke zich in de stelling bevonden, waren

Sluiten