Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geblazen en de witte vlag duidelijk zichtbaar omhooggehouden.

Bij eene belegerde vesting wordt gemeenlijk één der uitgangen naar 's vijands zijde voor het doorlaten van de eigen parlementairs bestemd.

De Nederlandsche Instructie voor Stellingcommandanten en Commandanten van afzonderlijke Forten van 9 Januari 1901 ') bepaalt in Art. 59: „Het aanhooren en beantwoorden van parlementairs mag nimmer door den Stellingcommandant of den Commandant van een onderdeel of van een fort in persoon geschieden.

„De betrokken commandant draagt dit op aan een of meer officieren of bij ontstentenis van dezen aan minderen, die hij daarvoor het best berekend acht.

„Parlementairs, die zich bij duisternis bij de posten aanmelden. worden teruggewezen.

„Nimmer mag een parlementair binnen een fort of een afzonderlijk Fort worden toegelaten."

In § 109 van de ingetrokken Instructie voor Vesting- en Fortcommandanten stond wijders: „Indien zich een parlementair vertoont, wordt hij aan den uitersten post ontvangen, en na bekomen machtiging van den vestingcommandant geblinddoekt naar bedoelden officier gebracht. Men neemt daarbij de meeste stilzwijgendheid in acht.

„Na volbrachte zending wordt de parlementair op overeenkomstige wijze teruggeleid.

„De hem begeleidende trompetter of tamboer verblijft aan den buitenpost; hij wordt daar streng bewaakt en men mag zich volstrekt in geen gesprekken met hem inlaten."

Voorts in § 110: „De vestingcommandant waakt dat de noodige consignes worden verstrekt, om de onschendbaarheid der parlementairs te kunnen eerbiedigen, zonder de veiligheid van de plaats in gevaar te brengen. Vertoonen zij zich op eenig punt der veiligheidsketen, zoo worden zij gelast op den noodigen afstand te blijven, en naar den naastbij zijnden wachtpost verwezen."

Ook bij het terugrijden moet de parlementair stapvoets rijden, telkens laten blazen en de vlag duidelijk zichtbaar doen voeren. In antwoord op eene klacht dat van Duitsche zijde uit Schiltigheim, bij Straatsburg, op een Franschen parlementair was geschoten, schreef Generaal von Werd er. ^O Aug. 1870, aan Generaal Uhrich: „Eene van de postenlinie terugkeerende patrouille zag, op den straatweg, twee ruiters in galop naar de vesting rijden en bespeurde de vlag niet. De schuldigen zullen voor den krijgsraad komen en naar volle gestrengheid der wet gestraft worden. Wanneer ik ten slotte iets mag verzoeken, is het dat ü Hooggeboren de parlementairs zult

1) Vastgesteld bij Kon. Besl. van 18 Nov. 1875, No. 9, en gewijzigd bij Kon. Besl. van 29 April 1880, No. 27.

Sluiten