Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze, krachtens de oorlogsgebruiken, na den vrede moest terugontvangen Bazaine kon weten, dat. daar die bepaling niet in de capitulatie-voorwaarden was opgenomen, geen enkele regel van het volkenrecht die teruggave voorschreef. Zoo werd op Generaal Uhrich, door eene commissie van enquête de blaam gelegd, dat hij, vóór de overgave van Straatsburg, de wapenen niet had doen vernielen. „Ik kan mij begrijpen,'' was diens verdediging, „dat de bevelhebber van een militairen post, gelijk eene citadel, indien hij de verdediging niet langer kan voortzetten, zijne stukken vernagelt, zijn kruit onder water zet en, de poort openende, tot de belegeraars zegt: „Komt binnen, mijne heeren! ik geef mij over.' Maar heeft men eene bevolking van 80.000 zielen achter zich, dan moet men met den vijand onderhandelen, eene verzachting trachten te verkrijgen van het lot der ongelukkigen, die reeds zooveel in hunne personen en goederen verloren hebben. Vóór het sluiten der overeenkomst kan men niet tot het vernielen van zijne ammunitie overgaan, want de voorwaarden der belegeraars zouden van zoodanigen aard kunnen zijn, dat men zich eerder zou moeten doodvechten, dan ze aannemen. Is echter de overeenkomst aangegaan, dan is de bevelhebber der vesting verbonden, dan heeft hij zijne eer verpand om de stad in den toestand, waarin zij zich op het oogenblik van de onderteekening der capitulatie bevond, over te geven. Dit althans is mijne zienswijze, die ik met het recht en de eer overeenkomstig acht.''

Generaal Uhrich heeft recht in hetgeen hij aanvoert omtrent het vernielen van wapenen en munitiën na het sluiten der overeenkomst; de bewering, dat vóór de capitulatie niet tot liet onbruikbaar maken van oorlogsmaterieel kan worden overgegaan, is echter ongegrond.

Mogen de omstandigheden soms niet gedoogen. dat al het materieel, tot de laatste patroon toe, wordt vernietigd, het zal altijd mogelijk zijn de kanonnen en den voorraad in magazijnen of tuighuizen voor oorlogsgebruik ongeschikt te maken. „A quel moment faut-il détruire le matériel /"vroeg Haza ine in den krijgsraad die over hem richtte. „Au moment oti vous alliez capituler, quand vous vous voyiez a la der niere limite," antwoordde hem de Hertog van Au male, voorzitter van den krijgsraad 2).

De bewijzen zijn in den oorlog van 1870 geleverd. De luitenant-kolonel de K er hor, commandant van Nieuw-Breisach, liet, alvorens hij tot de capitulatie der vesting overging, een grooten voorraad buskruit in het water werpen en de getrokken kanonnen, benevens de geweren en meer dan een millioen patronen, vernielen. Hetzelfde deed de commandant Planche, vóór de overgave van La Fère.

1) Procés Bazaine, p. 203.

2) Procis Bazaine, p. 201.

Sluiten