Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan officieren, die zich in krijgsgevangenschap begeven, zal, in de plaatsen waar zij gevangen worden gehouden, vrij verkeer worden toegestaan, onder voorwaarde van een bepaalden omtrek niet te overschrijden. Zij zullen slechts strenger behandeld en vervolgd kunnen worden ter zake van overtredingen, die zij zelf hebben begaan.

Eene zekerheidsbepaling, welke met het oog op de behandeling der in 1870 en 1871 in Duitschland krijgsgevangen Fransche officieren, niet zonder gewicht is.

Bij twijfel omtrent de uitlegging dezer overeenkomst, geschiedt zij ten 'voordeele van de partij, die capituleert. Eene slotvoorwaarde, die nimmer verzuimd moet worden. Zij is gesteld bij de capitulatie van Metz, '27 Oct. 1870.

j. Wie bevoegd ii tot het sluiten van capitulatiën.

Capitulatiën kunnen gesloten worden tusschen:

a. opperbevelhebbers van legers;

!>. den commandant van een zelfstandig troepen gedeelte — indien deze, ten gevolge van de gebeurtenissen van den oorlog, in de onmogelijkheid is gebracht van hooger gezag bevelen te vragen of goedkeuring der conventie in te roepen — en den hoogst commandeerenden officier van de vijandelijke troepen ter plaatse;

c. den commandant van eene ingesloten of belegerde stelling of van een belegerd afzonderlijk fort en den commandant van het insluitings- of belegeringskorps. ')

1) De instructie voor Stellingcommandanten en Commandanten van Afzonderlijke Forten van 9 Januari 1901 bepaalt te dezer zake in Art. 55, dat de Stellingcommandant nimmer eigenmachtig, zonder het advies van den Kaad van verdediging of tegen het advies van de meerderheid van dien raad, en, zoolang de gemeenschap niet is verbroken, zonder machtiging van de autoriteit onder wier onmiddellijke bevelen hij staat, over de overgave van de stelling of van een gedeelte daarvan met den vijand onderhandelingen mag doen aanknoopen, en in Art. 5S. »Het recht om met den vijand te onderhandelen komt, behoudens de uitzondering in dit artikel vermeld en met inachtneming van het bepaalde in artikel 55 dezer Instructie, uitsluitend toe aan den Stellingcommandant .

»Indien de onderhandelingen echter eene wapenschorsing voor weinige uren betreffen tot het ongestoord begraven van dooden en het opnemen van gewonden, zijn de Commandanten van Onderdeelen, dan wel de fortcommandanten, welke onder de onmiddellijke bevelen van den Stellingcommandant staan, wanneer zij op dat oogenblik buiten de mogelijkheid zijn, om zoo tijdig als de omstandigheden dit vereischen, de beslissing van den Stellingcommandant daaromtrent in te winnen, gemachtigd om over eene wapenschorsing voor genoemd doel te onderhandelen en die te sluiten."

11

Sluiten