Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hu go de Groot zegt '), dat hij, die gezag toekent, daarbij tevens, voor zooveel het hem gegeven is, alles schenkt wat zedelijk noodig is om dat uit te oefenen.

Vattel stelt op den voorgrond, dat eene overeenkomst, om rechtsgeldig te zijn, met voldoend gezag moet zijn gesloten.

(Zie omtrent het gebeurde na den slag van Magenta: Oorlogsrecht, 2de uitg., blz. 417) 2). .

In den veldtocht van 1799, m Noord-Holland, is de naam van capitulatie gegeven aan de overeenkomst, den 18'le» Oct te Alkmaar gesloten tussehen de Engelsche en Fransche bevelhebbers. Feitelijk was het geen capitulatie, maar een algemeene wapenstilstand. Waarschijnlijk is eerstgemelde naam aan de overeenkomst gegeven, omdat de Fransche Generaal H rune daarbij zijne bevoegdheid in hooge mate overschreed 3).

Eene andere vraag omtrent de bevoegdheid is deze:

Heeft een commandant van een leger of legerkorps het recht en de bevoegdheid om, als bij capituleert, troepengedeelten, die onder hem ressorteeren, maar tijdelijk afwezig zijn, in de capitulatie te begrijpen, en is hij, die de gedetacheerde troepen aanvoert, bevoegd zich aan het bevel, om die troepen over te

geven, te onttrekken? „ ,

Die vraag heeft zich voorgedaan bij de capitulatie van Baylen. Het 116(le regiment infanterie was van de divisie Du pon t gedetacheerd naar Cuenza, om eenige Spaansche benden te tuchtigen, welke een konvooi met Fransche zieke soldaten hadden vermoord. Eene sectie artillerie en een eskadron jagers te paard waren er aan toegevoegd. Oi> den terugweg naar de divisie vernetmt Kolonel Rouelle, die over dit detachement het bevel voerde, de capitulatie. Hij wordt namens zijn divisiecommandant gelast zich aan de Spanjaarden over te geven, daar hij volgens de voorwaarden in de capitulatie begrepen was, evenals de troepen van Generaal Védel die, op ander-

i\ ttj 22 § 2

2 In' Art! 61 van de Instructie voor Stelhngcommandanten en Commandanten van Afzonderlijke Forten van 9 Januari 1901 is voorgeschreven • "De Steilingcommandant draagt bij het sluiten van eene capitulatie zorg, dat deze rechtsgeldig zij waartoe hij van den vijandelijken bevelhebber, in geval van twijfel aan diens bevoegdheid ter zake, het toonen van zijne volmacht vordert." .

Bij elke onderhandeling, zelfs al is twijfel buitengesloten, is het steeds wenschelijk dat de onderhandelaars beginnen elkanders volmachten te toonen. Dat het dan nog niet altijd gemakkelijk is zich te verzekeien dat een vijandelijk onderhandelaar gerechtigd is bijv. 0111 een wapenstilstand of wapenschorsing te sluiten, blijkt uit Art. 58 van voormelde

InKede voorwaarden dezer capitulatie bij Kraijenhoff Ge»chiedk^ beschouwing van den oorlog op het grondgebied der Bataafscht Republiek m 1799, blz. 231.

Sluiten