Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vattel J) wijst op de noodzakelijkheid om daarbij gebruik te maken van de woorden inclwivement en exchmvemcnt, of,

zooals in onze taal gebruikelijk is van en met tot en

met Bij internationale overeenkomsten wordt, volgens

Hu go de Groot2), met een dag de natuurlijke, niet de burgerlijke dagindeeling genomen.

De dag begint bij het opgaan van de zon en duurt '24 uren. Geringe verschillen van vroegeren of lateren zonsopgang worden verwaarloosd, zoodat b.v. een wapenstilstand, voor 100 dagen gesloten, eindigt met den zonsopgang van den 101stcn dag.

De wapenstilstand kan ook. tot nader opzeggen, voor onbepaalden tijd worden gesloten. In dat geval dient een zekere tijd (delai) in de akte te worden vermeld van wederzijdsche waarschuwing, alvorens tot de vijandelijkheden mag worden overgegaan.

Bij het begin der vredesonderhandelingen tusschen Japan en China, Maart 1895, vroeg Li-Hong-Chang, de Chineesche ambassadeur en onderhandelaar, een wapenstilstand. Japan stemde toe onder drie voorwaarden, welke Li te bezwarend achtte om aan te nemen. Toen deze echter, '24 Maart, had blootgestaan aan een aanslag op zijn leven door een Japansche jingo, verklaarde de Keizer van Japan edelmoedig, niet het aanbieden van zijne verontschuldiging en de verzekering dat de onverlaat voorbeeldig gestraft zou worden, dat de wapenstilstand nu zonder eenige voorwaarde moest worden toegestaan. Deze werd daarop, den 30sten Maart te Simonoseki, voor 21 dagen, algemeen, zoowel voor de troepen te land als ter zee, gesloten.

Art. 38.

De wapenstilstand moet officieel en tijdig aan de bevoegde autoriteiten en aan de troepen worden bekend gemaakt. De vijandelijkheden worden onmiddellijk na de bekendmaking of op het bepaalde tijdstip geschorst.

Vijandelijkheden, die uit onbekendheid met de gesloten overeenkomst plaats hebben, maken geen schending van het volkenrecht uit.

Is het tegendeel niet uitdrukkelijk overeengekomen, dan blijft, tijdens den wapenstilstand, het militaire stalu quo ante gehandhaafd en worden stand en stelling der partijen aan-

1) UI, § 244

2) III, 21, § 4.

Sluiten