Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, welke tot militairen dienst worden gebezigd, magazijnen met levensmiddelen, enz. •) heeft het buitrecht de verste strekking. Daarvan kan genomen worden wat onder de hand valt, zonder te onderzoeken of het mogelijk ook gedeeltelijk privaateigendom is. Zoodra het gebruik van die goederen tot een militair doel onloochenbaar is, kunnen zij in beslag worden genomen. Spoorwegmaterieel (locomotieven, personen- en goederenwagens) behoort meesttijds aan bijzondere maatschappijen, doch cle Staat heeft veeltijds contracten met die maatschappijen gesloten tot spoedvervoer van troepen en oorlogsmaterieel, en heeft of maakt gebruik van het recht van benadering. Evenzeer is dit met atoom- en andere schepen het geval. Gedurende den oorlog heeft men geen tijd of gelegenheid deze schakeeringen van eigendoms- of gebruiksrecht na te sporen. Daar spoorwegen en stoombooten, hoewel middelen van publiek soms van internationaal verkeer, d.en vijand het oorlogvoeren gemakkelijker maken, heeft de overwinnaar recht ze voorloopig in beslag te nemsn en als eigenaar te gebruiken. Vooral is dit het geval met de spoorwegen en hun materieel. Dit schijnt een onrecht, omdat het afwijkt van het beginsel, dat bijzondere personen buiten den strijd staan; maar het is zulks niet, omdat de inbeslagneming slechts tijdelijk en dus geen ontvreemding of ontrooving is, deze door het hooger oorlogsbelang noodzakelijk is geboden, en dat oorlogsbelang hoofdwet wordt, wanneer, zooals hier, niets onmenschelijks wordt misdreven. Een legerhoofd kan toch de spoorweglijnen niet onder het beheer laten van personen, die hem vijandig zijn. Bij den vrede behoort de rechtmatige eigenaar echter in al zijne rechten terug te treden. Later, bij den vrede, kan over de geleden schade worden onderhandeld. Magazijnen met oorlogswapenen en die met fourages en levensmiddelen voor 's vijands troepen, worden buitverklaard, al behooren ze aan particulieren. Gebruiksrecht, derhalve voorloopig beslag leggen op deze goederen, wordt door militaire noodzaak gewettigd, zoodra het bijzonder eigendom betreft, echter niet zonder betaling. Materieel dient met den vrede den particulieren bezitter te worden teruggegeven of de waarde betaald.

Art. 54.

Het spoorwegmaterieel herkomstig van neutrale Staten, hetzij dit aan die Staten of aan particuliere maatschappijen of personen toebehoort, zal aan dezen zoodra mogelijk worden teruggezonden.

Art. 55.

De Staat, die een gebied bezet heeft, zal zich slechts beschouwen

1) Dahn, S. 20. — Bluntschli, ? 645.

Sluiten