Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. de leveringen gedaan of de leeningen toegewezen aan een der oorlogspartijen, mits de leverancier of de leener niet bewone het territoor van de andere Partij, noch het territoor dat door haar is bezet, en dat de leveringen niet van een dier territooren afkomstig zijn;

b. de politie- of burgerlijke administratieve diensten.

Als de Staat A. oorlogvoert tegen den Staat B. zou de onzijdige, die woont in den Staat A. of in het territoor dat door dezen is bezet, indien hij leveringen deed aan den Staat B., of in eene leening van dien Staat inschreef, eene daad plegen ten voordeele van den Staat B, vallende onder de toepassing van artikel 62, letter b, waardoor hij zijne hoedanigheid van onzijdige zou verliezen, met name tegenover den Staat A. Datzelfde zou het geval zijn met den onzijdige, die, zonder het territoor van den Staat A of het door dezen bezet territoor te bewonen, aan den Staat B leveringen zou doen. afkomstig van den Staat A. of van het territoor door dezen bezet. ])

Art. 64.

De oorlogspartijen kunnen van de onzijdigen geen diensten vorderen, welke onmiddellijk op den oorlog betrekking hebben.

Hiervan zijn uitgezonderd de geneeskundige diensten of de diensten van gezondheids-politie, welke door de omstandigheden gebiedend vereischt mochten worden. Deze diensten zullen, zooveel mogelijk, dadelijk betaald worden; zoo niet, dan zullen zij worden geconstateerd door ontvangbewijzen, waarvan de betaling zoo spoedig mogelijk zal worden geregeld.

In nauw verband hiermede stond het voorgestelde Art. 6-5.

De bepaling van Art. 64 alinea 1 is niet van toepassing op de krachtens eene vrijwillige verbintenis tot het leger van een oorlogvoerenden Staat behoorende personen.

Zij 'ij evenmin van toepassing op de personen die krachtens de wetgeving van den Staat tot het leger van een oorlogvoerenden Staat behoor ea .

') Zie het rapport van de 2e Commissie aan de Conferentie.

Sluiten