Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemming van haar eigen Regeering en van dien oorlogvoerende zelf.

De oorlogvoerende, die de hulp heeft aangenomen, is gehouden, alvorens er eenig gebruik van te maken, daarvan aan zijn vijand kennis te geven.

Groote ijver tot het verleenen van hulp heeft soms tot groote misbruiken aanleiding gegeven.

Zelf zich opgeworpen hebbende personen hebben zonder toestemming der regeeringen, de vlag van het Roode Kruis genomen om eischen te stellen en daden te doen, waarmede zij hunne eigen Regeering in moeilijkheden konden brengen.

In 1899 was in België een soort ambulance, onder den naam van Volontaires internationaux de la Croi.c Rouge samengesteld voor Zuid-Afrika. Zij had met het Roode Kruis, dat zij willekeurig zelf had aangenomen, niets te maken en was mede niet voorzien van een door de Belgische Regeering afgegeven machtiging.

Art. 12.

De personen, aangewezen in de artikelen 9, 10 en 11, zullen, nadat zij in de macht van den vijand zijn gevallen, voortgaan onder zijn bestuur, hunne functien te vervullen.

Wanneer hunne medewerking niet meer onmisbaar zal wezen zullen zij naar hun leger of naar hun land teruggezonden worden op den tijd en volgens de iténeraire in overeenstemming met de militaire noodzaak.

Zij zullen alsdan de zaken, de instrumenten, de wapens, en de paarden medenemen, welke hun bijzonder eigendom zijn.

Art. 13.

De vijand zal aan het geneeskundig personeel bedoeld bij art. 9 gedurende den tijd dat het in zijne macht zal zijn, dezelfde voordeelen en hetzelfde tractement verzekeren als aan het personeel van overeenkomstige graden in zijn leger.

Sluiten