Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de uitwisseling wordt bepaald, wanneer de gevangenen wederkeerig opnieuw tot oorlogsdiensten kunnen worden gebezigd.

8. Losgeld1). Het in vrijheid stellen van krijgsgevangenen door losgeld te doen betalen, is geen gebruik meer.

9. Rechten op de burgers van den vijandelijken Staat.

a. Algemeen. Het oorlogsrecht verwerpt elke onnoodige wreedheid, alle barbaarsche handelingen, elke woord- of trouwbreuk, ook tegen den vijand, elke daad van persoonlijke wraakzucht, alle handelingen van hebzucht; voorts het schenden van vrouwen, het plegen van knevelarijen, het onnoodig plunderen en vernielen van den eigendom der inwoners. Het beschouwt die als barbaarsche en onrechtmatige handelingen, welke de eigen wapeneer bezoedelen en die, als zij worden ontdekt, door den rechthebbende gestreng moeten worden gestraft2).

b. Binnen hel Kijk gevestigd. Aan de burgeronderdanen van den vijandelijken Staat wordt vergund het land te verlaten.

Zoo noodig kunnen zij verwijderd worden.

Het gevangenzetten ot tijdelijk opgesloten houden van burgerlijke onderdanen tegenpartij, die in het land verblijf houden, fs _ ofschoon Ca Ivo 3) dat als strikt recht erkent — slechts onder buitengewone omstandigheden te wettigen.

Zij staan echter bloot aan het toepassen van maatregelen, welke in het belang der oorlogsoperatiën noodig worden geacht.

Wanneer als preventieve maatregel tot tijdelijke opsluiting van vreemdelingen wordt overgegaan, behoort dit steeds in beleefde vormen te geschieden. Zij hebben op eene voorkomende behandeling, goede huisvesting en verzorging aanspraak.

Gedurende den oorlog van 1854—56 in de Knm bleven de Russen in Engeland en Frankrijk ongestoord. Tijdens den Duitsch-Franschen oorlog van 1870—71 werden de Franschen, die in Duitschland woonden, ongemoeid gelaten. Bij het uitbreken van den oorlog werd te dien opzichte van de £ ranscne zijde, blijkens aankondiging van de regeering in het Journal officiel van 21 Juli 1870, hetzelfde beginsel gehuldigd. Frankrijk

1) Heffter, p. 244. — De Mar ten s, p. 429. — Bluntschli,gl04. — Vattel, livre 3, ch. 17, p. 278. — Pinheiro-Ferreira, p. 453.

2) Zie den 7den titel van het Crimineel wetboek voor bet krijgsvolk te lande en art. S4 van de Handleiding van het Institut de droil international.

3) Calvo, § 719.

Sluiten