Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soms gemarteld. Ook in hunne oorlogen tegen het Nederlandsche bestuur handelen zij in den regel aldus.

Als hooge uitzondering daarop wordt vermeld de handelwijze van Die po Negoro tegenover den Ritmeester Rad en Mas Soewangsa, die den 28sttn Juni 1825, na het gevecht bij Kelasan, krijgsgevangen gemaakt, doch, na zelfs geweigerd te hebben de zijde van Diepo Negoro te kiezen, door dezen werd vrijgelaten.

d. Capitulatiën.

Waar geen krijgsgevangenen worden gemaakt en waar hij die zich overgeeft afgemaakt wordt, kan geen sprake zijn van capituleeren. Zelfs al zou een inlandsche vijand, geen kans ziende om op andere wijze eene door hem begeerde versterking te bemachtigen, hebben voorgesteld om te onderhandelen, en al zouden de omstandigheden van dien aard zijn, dat eene capitulatie tegenover een buitenlandschen vijand gerechtvaardigd zou wezen, blijft eene dergelijke overeenkomst toch een groot waagstuk, omdat hij meestal woordbreuk tegenover kafirs geoorloofd zal achten. Alleen grondige kennis van het karakter van de tegenpartij en van de mate waarop het hoofd, waarmede de overeenkomst wordt aangegaan, gezag weet uit te oefenen over zijne onderhoorigen, kan eenige zekerheid verschaffen omtrent de wijze waarop eene gesloten capitulatie — waarbij altijd vrije aftocht moet worden bedongen, — kans heeft te zullen worden nageleefd.

De Indische krijgsgeschiedenis kent twee voorbeelden van capitulatie der onzen. De eerste is geweest die van het Fort Amerongen op Sumatra, waarvan de bezetting, 11a zes weken (20 Oct.—28 Nov. 1833) zich verdedigd te hebben, door gebrek aan drinkwater en levensmiddelen — honden en paarden waren reeds verbruikt — zich verplicht zag omtrent de overgave te onderhandelen. Vrije aftocht werd bedongen en toegestaan. \ rij wel hielden de 1'adri s zich aan het overeengekomene. De aftrekkende troepen werden echter nog tot tweemaal toe aangevallen; die aanvallen werden algeslagen .

Sluiten