Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

e. Betalen van levensmiddelen.

In bewoonde oorden, waar de bevolking bij haar have en goed is gebleven, moet betaald worden wat men aan levensmiddelen vindt en noodig heeft, zoo mogelijk contant, anders in bons, waarbij de bevolking erop moet kunnen rekenen, dat die tegen gereed geld, zoodra mogelijk en zonder korting, worden ingewisseld.

Waar koopen mogelijk zou zijn, doch verkoop geweigerd wordt, mag het benoodigde gerequireerd en gefourageerd worden en geschiedt de betaling door bons. ')

In verlaten oorden, waar de bevolking verzet plegende, hare bezittingen achter- en dus prijs gelaten heeft, heeft deze daardoor hare aanspraak op vergoeding verbeurd. Daar kan men dus vrij de voorraden aanvullen met hetgeen er wordt aangetroffen, zonder iets te betalen. W at voor de troepen niet noodig is, late men ongeschonden achter.

Tijdelijke nederzettingen in de wildernis der gebergten (ladangs) van uit hunne woonplaatsen geweken inlanders, kunnen, als kweekplaatsen van verzet en als 's vijands legeringen, worden vernietigd.

ƒ. Begrip van vijand.

Zooals reeds onder Gewapende macht is vermeld voert de Inlandsche vijand meestal oorlog met ongeorganiseerde strijders, die voor 't meerendeel hun vreedzaam beroep telkens verwisselen met het oorlogsbedrijf. In een streek, welke zich nog niet heeft onderworpen of in openlijk verzet en opstand is gekomen, is dus de geheele bevolking vijand en behoort men tegen haar op zijn hoede te zijn. Bij gemis aan uniformkleeding is de strijder bovendien van den niet-strijder — zoo die er mocht zijn — niet te onderscheiden. Niet steeds op dezelfde wijze, maar met oordeel, naar de omstandigheden, behoort de bevolking te worden behandeld. Algeheele ontwapening,

1) Instructie voor Luitenant-Kolonel van D aa 1 e n, van Febr. 1904; zie Krijgswetenschap 1905, bl. 670; alsook Nypels, idem, bl. 614.

Sluiten