Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, vrijen aftocht te laten, hoewel was waar te nemen, dat tusschen haar ook mannen met geweren ontsnapten, waai\ an te voorzien was dat zij in eene volgende versterking weer tegenover ons zouden staan ').

g. Oorlogsverklaring en Ultimatum.

De Nederlandsch-Indische Regeering begint geen oorlog zonder waarschuwing, zonder de tegenpartij gelegenheid te hebben gegeven om de gestelde eischen in te willigen. Zij stelt daartoe een ultimatum. Zoowel de waardigheid als het belang der regeering vorderen dringend dat dit ultimatum worde o\ ergebracht met alle beleefdheidsvormen, welke tegenover Indische vorsten en grooten, die gewoonlijk zelf eene hooge en waardige houding hebben en bijzonder op etiquette gesteld zijn, behooren te worden in acht genomen.

Te dikwerf zijn die vormen, hetzij door onbekendheid met den adat der Inlanders, hetzij uit misplaatste en laakbare kleinachting, of om andere redenen, verwaarloosd. Zoo w erd bij de eerste Balische, de eerste Bonische en de eerste Atjehexpeditie de bezorging van het ultimatum aan gewone Inlanders opgedragen, menschen zonder rang of stand. Het kan zijn dat men over geen geschikter personen, uit vrees voor hun leven, kon beschikken.

Door op die wijze de vorsten, aan wie zulk een staatsstuk is gericht, te ontstemmen, wordt de kans dat de laatste poging tot minnelijke schikking een gunstigen uitslag zal kunnen hebben, gering en verliest het ultimatum veel van zijn waarde.

Wanneer er voor het leven van den ambtenaar ot den officier dien men met het overhandigen van liet ultimatum zou wenschen te belasten, gevaar wordt gevreesd, kan men zich te voren eenige zekerheid verschaffen omtrent de ontvangst, welke hem ten deel zal vallen, door een Inlandei, wiens leven geen gevaar zal loopen, eerst een brief te laten overbrengen, met de mededeeling, dat er een hooge Regeerings-

1) Memorie van antwoord. Begrooting voor Ned.-Indië voor 100o: gedrukte stukken bl. 28.

Sluiten