Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Particulieren zijn volkomen bevoegd om in alles handel te blijven drijven, zelfs in wapenen en munitiën, onder risico dat deze met het vervoermiddel verbeurdverklaard worden, bijaldien de oorlogspartij ze bemachtigt, waartoe deze evenzeer bevoegd is. De neutrale Staat blijft daarbuiten. Dit is bet recht, zooals het tot dusverre over het algemeen is begrepen en het, naar schrijvers oordeel, ook behoort. De normale toestand der Staten is en moet gericht en ingericht zijn op vrede, niet op oorlog. Het schijnt onrechtmatig, dat als twee Staten met elkander oorlogvoeren, alle overige volkeren der wereld zich zouden hebben te voegen naar dezen en verplicht zouden zijn hun gewonen handel te wijzigen naar het goedvinden van die twee of wellicht naar dat van één hunner.

Toch was er eene zwenking gekomen in de rechtsbegrippen op dit punt. Sommigen wilden scheppen „een nieuw recht"1). De drie regels van Washington wilden zij uitbreiden en wat daar slechts geldend is verklaard voor bepaald aangewezen gevallen, toepassen op alle oorlogscontrabande, zoodat een neutrale Staat verplicht zou zijn te beletten dat al wat als oorlogscontrabande wordt aangemerkt, door zijne onderdanen naar eene oorlogspartij worde verzonden 2).

De heeren Kleen en Brusa, de eerste voormalig Secretaris van Legatie van Zweden en Noorwegen, schrijver van een zeer degelijk werk over oorlogscontrabande, de laatste hoogleeraar te Turijn, beiden rapporteurs in het „Institut de droit international"omtrent de oorlogscontrabande, stelden dit nieuwe stelsel in het Instituut voor 2). Schrijver dezes heeft het echter met kracht bestreden, in 1893 door eene afzonderlijke nota aan de leden van het „Instituut" en in de zitting van Parijs 3), in 1894 door eene tweede nota van opmerkingen 4), in 1895 te Cambridge 5), in 1896 te Venetië 6) Gesteund door de heeren von Bar, Perels (Duitschland). Barclay, Holland, Leech, Westlake en Lord Reay (Gr. Britt.) is verkregen dat dit voor een handeldrijvenden en op onzijdigheid aangewezen Staat allerverderflijkst beginsel niet in het reglement yan het Instituut is opgenomen.

1) Annuaire de V!nst. dc droit intern., t. 15, p. 103.

2) Idem t 13, p. 102.

3) Idem t. 13, p. 50—66 et p. 348.

4) Idem t. 14, p. 43—58.

5) Idem t. 14, p 191 et 192.

6) Idem t. 15 p. 209—233.

Sluiten