Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. DE VERKLARING VAN HET CONGRES VAN PARIJS VAN 16 APRIL 1856.

Het beginsel tot bescherming van den handel, waarvoor Nederland tijdens de republiek steeds geijverd heeft, was: vrij schip vrij goed, of de vla<j dek' de lading.

Dat was ook het beginsel van de Gewapende neutraliteit van Catharina de Tweede, veelal ook door Frankrijk gehuldigd, maar steeds door Groot-Britannië bestreden. Toen in 1854 Frankrijk met laatstgenoemd rijk in oorlog was gekomen tegen Rusland, was Groot-Britannië verplicht, althans gedurende dien oorlog, dezelfde beginselen van maritiem recht als zijn bondgenoot te huldigen Vandaar de gelijkluidende verklaring van Maart 1854. Gewichtiger was het echter toen bij het sluiten van het Vredesverdrag de Mogendheden, welke den Oorlog hadden gevoerd, te Parijs overeenkwamen den 16en April 185G de volgende verklaring af te leggen:

VERKLARING.

De gevolmachtigden, die het Verdrag van Parijs van den 30sten Maart 1856 hebben geteekend, in Conferentie vereenigd;

Overwegende:

Dat het maritiem recht in tijd van oorlog langen tijd het onderwerp is geweest van betreurenswaardige geschillen;

Dat de onzekerheid van het recht en de plichten dienaangaande tusschen de onzijdigen en de oorlogvoerenden, tot verschil in opvattting aanleiding geven, die ernstige moeilijkheden en botsingen kunnen doen ontstaan;

Dat er dus een voordeel in gelegen is omtrent zulk een belangrijk punt eene eenvormige leer vast te stellen;

Dat de gevolmachtigden, op het Congres van Parijs vereenigd, niet zouden weten op eene betere wijze aan de bedoelingen van hunne regeeringen te beantwoorden, dan door te trachten in de internationale betrekkingen vaste beginselen te dezen opzichte te brengen.

Sluiten