Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 9.

Een onzijdige Staat moet aan beide oorlogspartijen gelijkelijk de voorwaarden, beperkingen of verbodsbepalingen toepassen, welke door hem zijn uitgevaardigd ten opzichte van de toelating in zijne havens, reeden of territoriale wateren, van oorlogsschepen van oorlogvoerenden of van hunne prijzen.

Een onzijdige Staat kan echter den toegang tot zijn havens, reeden of territoriale wateren ontzeggen aan elk oorlogvoerend schip, dat verzuimd mocht hebben zich te gedragen naar de bevelen en voorschriften, welke door hem zijn uitgevaardigd, of dat de onzijdigheid mocht hebben geschonden.

Het geldt hier niet om rechten van een onzijdigen Staat, welke reeds vóór den oorlog bestonden en voortspruiten uit zijne Souvereiniteit conventioneel te erkennen. Men wilde slechts bepalen dat hetgeen een onzijdige Staat te dezen opzichte uitvaardigt onpartijdig op beide oorlogspartijen behoort te worden toegepast. De bepaling van de laatste alinea heeft alleen tot doel ontheffing te verleenen van die verplichting ten aanzien van een schip dat zich aan zijn bevelen niet stoort.

Art. 10.

Aan de onzijdigheid van een Staat wordt geen afbreuk gedaan door den eenvoudigen doortocht van zijne territoriale wateren door de oorlogsschopen en prijzen van oorlogvoerenden.

In de Conferentie heeft dit artikel aanleiding gegeven tot belangrijke gedachtenwisseling, vooral met het oog op dezeestraten. Van de zijde van Groot-Britannië was voorgesteld: „Geen der bepalingen vervat in de vorige artikelen zal uitgelegd worden in zoodanigen zin, dat de eenvoudige doortocht van onzijdige wateren door een oorlogsschip of hulpkruiser van een oorlogvoerende in tijd van oorlog zal zijn verboden." Dit ontmoette tegenkanting, omdat er uit zou volgen, dat de onzijdige Staat nimmer en nergens het recht zou hebben dien doortocht te ontzeggen.

De eerste Gedelegeerde van Zweden stelde, met het oog op de straten, welke binnen de territoriale zee zijn gelegen, voor de bepaling er aan toe te voegen voorgesteld door het „Imtitut de droit international" in 1894: „De straten die tot doortocht dienen van de eene open zee naar een andere kunnen nooit worden afgesloten".

20

Sluiten