Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Deensche Gedelegeerde Vedel zeide terecht, dat de erkenning van een onbeperkt recht van eenvoudigen doortocht aan oorlogsschepen van oorlogvoerenden niet vereenigbaar is met het recht der onzijdigen om, tot verdediging van hunne onzijdigheid, neutrale wateren af te sluiten, met name die met dubbelen ingang, die een bijzonder gemak aan eene oorlogsvloot aanbieden als operatiebasis.

In de Conferentie is men omtrent dat punt niet tot overeenstemming kunnen komen, maar het besluit schijnt getrokken te kunnen worden dat een onzijdige Staat zelfs den onschuldigen doortocht in de begrenzing van zijne territoriale wateren kan verbieden, voor zooveel deze dat noodig acht tot^het bewaren van zijne onzijdigheid, maar dat dit recht zich niet uitstrekt tot straten, welke twee vrije zeeën verbinden.

De vraag blijft dus open of, wanneer verschillende straten gelegenheid geven om van de eene naar de andere open zee te komen, zooals in de Oost-Indië het geval is, het alsdan voldoende is dat één dezer voor den onschuldigen doortocht

worde vrijgelaten. ..

Turkhan —Pacha, Eerste Gedelegeerde van iurkije, legde de verklaring af, dat met het oog op den bijzonderen toestand der Dardanellen en van den Bosphorus deze straten een onafscheidelijk deel uitmaken van het territoor, en de Turksche regeering geen verbintenis kan aangaan, welke zijne onweerlegbare rechten op die straten zou beperken.

De Eerste Gedelegeerde van Japan, Tsudzuki, Ambassadeur te Parijs, verklaarde dat de Japansche regeering geen enkele verbintenis op haar nam ten aanzien van de straten, welke de talrijke eilanden van elkander scheiden, welke het keizerrijk Japan vormen en niet anders zijn dan onafscheidelijke deelen van hel Rijk.

Art. 11.

Een onzijdige Mogendheid kan de oorlogsschepen van oorlogvoerenden toelaten zich te bedienen van zijne gebreveteerde loodsen.

De onzijdige Staat is niet gehouden loodsen te verstrekken, maar deze mogen voor oorlogvoerenden dienst doen. Het woord gebreveteerde (breveth) is gebezigd en niet het woord gemachtigde (automés) om aan te duiden, dat hier de gewone officieele loodsen bedoeld worden en niet loodsen, die voor ieder bij zonder geval gemachtigd worden.

Art. 12.

Bij gebreke aan andere bijzondere bepalingen der wetgeving van de onzijdige Mogendheid, is het aan oorlogsschepen van

Sluiten