Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prijsmaker geen gelegenheid heeft in eene eigen haven of in die van zijn bondgenoot de prijs op te brengen, — te voorkomen of in elk geval te beperken.

Een onzijdige Staat kan door deze bepaling in groote ongelegenheid geraken. Moet hij de prijs — een schip dat de vlag heeft gevoerd van een Staat, waarmede hij in vriendschap leeft in bewaring nemen, aan de ketting leggen of door zijne strijdmacht laten bewaken? wat moet hij doen als die prijs met eigen middelen tracht vrij te komen? is dat wat hij doet ten gelieve van één der oorlogspartijen vereenigbaar met zijne plichten van onthouding? Die vragen komen dadelijk voor den geest.

Het rapport zegt wel dat er aan de onzijdige Staten geen verplichting wordt opgelegd, en het is waar dat het woord kan de bepaling facultatief maakt, maar zoowel de weigering als de toestemming kan door de eene of de andere partij als eene onvriendelijke en partijdige daad worden aangemerkt en den onzijdigen Staat dus in moeilijkheden brengen. Het eenige wat aan een kleinen Staat, als Nederland is, in dit geval te doen overblijft om buiten moeielijkheden te blijven, is om, zoodra een zeeorlog uitbreekt, in zijne neutraliteitsbepalingen de toelating van prijzen bepaald te verbieden, zooals het ook gedaan heeft in die van 20 Juli 1870, alsmede in die geplaatst in de Staatscourant van 3 Mei 1898.

Art. 24.

Indien een oorlogvoerend oorlogsschip eene haven niet verlaat na de bepaalde termijnen, ongeacht daartoe van de onzijdige autoriteit de aanzegging te hebben ontvangen, heeft de onzijdige Mogendheid het recht de maatregelen te nemen, welke zij noodig zal kunnen oordeelen om het schip ongeschikt te maken zee te kiezen gedurende den oorlog, en moet de commandant van het schip de uitvoering van die maatregelen gemakkelijk maken.

Wanneer een oorlogvoerend oorlogsschip door eene onzijdige Mogendheid wordt teruggehouden, worden de officieren en de bemanning evenzeer teruggehouden.

De alzoo teruggehouden officieren en manschappen kunnen in het schip gelaten of wel ondergebracht worden, hetzij op een ander schip, hetzij aan den wal, en zij kunnen onderworpen worden aan de beperkende maatregelen, welke noodig geacht mochten worden hen op te leggen. Men zal echter altijd op het schip de noodige manschappen moeten laten om het te onderhouden.

Sluiten