Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

admiraliteit gebruik ze als vatbaar voor prijsverklaring te beschouwen, wanneer bestemming en voorgenomen gebruik daartoe aanleiding geven. J) De instructie van het Marine-Departement te Washington van 20 Juni 1898 verklaart hetzelfde. Kaas, tot marinegebruik en bestemd voor eene marinehaven, werd in het geval van het Hollandsch schip Zelden Rust verbeurd verklaard. l)

De Britsche autoriteiten in Zuid-Afrika hadden in het begin van den oorlog alle levensmiddelen voor de Republieken bestemd, teruggehouden. In de eerste dagen van November 1899 werd daarop door de Regeering te Pretoria aan Lord Salisbury geseind: „Aangezien wij zoovele uwer krijgsgegevangen hier hebben (bijna 2000) „zullen wij, ingeval gij voortgaat invoer van voedsel te stoppen, verplicht zijn uw soldaten hier met miliepap te voeden.'' Den 19<ien November kwam hierop een antwoord van Chamberlain dat reeds order was gegeven de bevolen beperking van invoer van voedingsmiddelen naar de Zuid-Afrikaansche Republieken op te heffen. Toch bleef bepaald dat levensmiddelen, door een neutraal schip te brengen naar een neutrale haven, niet in beslag kunnen genomen worden, uitgezonderd zoo het bewezen wordt dat ze voor den vijand bestemd zijn. In dat laatste geval werd er nog onderscheid gemaakt in het soort levensmiddelen. De strekking was toen (Januari 1900) over het algemeen door te laten levensmiddelen, welke aangenomen werden niet dadelijk of uitsluitend tot militaire doeleinden te dienen, bijv. graan. Uit dien hoofde verkreeg „de Maria," die onder Nederlandsche vlag voer verlof, na eerst te Port Elisabeth opgebracht te zijn, met haar lading graan de reis naar de Delagoabaai te vervolgen. Vleesch in blikjes en dergelijke victualie, waarvan troepen te velde in den regel voorzien worden, mocht niet worden doorgevoerd.

Gemunt geld is in de Japansche Wet op de prijsgerichten van 20 Aug. 1894 als contrabande beschouwd.

Het materieel voor telegraphie is in de jongste Engelsche wetsbepalingen tegen schending van de plichten der onzijdigheid opgenomen onder de zaken, waaromtrent de vrijheid van handel beperkt is, terwijl Japan het als contrabande beschouwt.

Steenkolen worden door eenigen wel, door anderen niet onder contrabande gerekend. Ten gevolge van de uitgebreide toepassing van electriciteit en hydraulische kracht op de oorlogsschepen van den tegenvvoordigen tijd is de partij, die geen steenkolen bezit, ter zee machteloos. Vandaar dat Engeland heeft getracht overal in den Oceaan steenkolen-stations te bezitten. Steenkolen kunnen dus als wapen worden beschouwd, vooral bij rammen of het lanceeren van torpedo's. Staten die zelf steenkolenmijnen bezitten en Staten waar geen kolen-

1) H a 11 e c k, vol II, p. 262.

2) Phillimore, vol. III, p. 353.

Sluiten