Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk III. Behandeling van de bemanning van vijandelijke koopvaardijschepen, welke door een oorlogvoerende zijn genomen.

Art. 5.

Wanneer een vijandelijk Koopvaardijschip door een oorlogvoerende is genomen, wordt het scheepsvolk, voor zoover het tot de nationaliteit van een onzijdigen Staat behoort, niet krijgsgevangen gemaakt.

Dit zelfde geldt voor den kapitein en de officieren, evenzeer behoorende tot de nationaliteit van een onzijdigen Staat, bijaldien zij schriftelijk beloven gedurende den oorlog niet op een vijandelijk schip te dienen.

Art. 0.

De kapit9in, de officieren en de gedeelten van het scheepsvolk, behoorende tot de nationaliteit van den vijandigen Staat, worden niet krijgsgevangen gemaakt, onder voorwaarde dat zij zich door eene formeele schriftelijke belofte verbinden om gedurende den oorlog geenerlei dienst te nemen, welke met de krijgsoperatiën in verband staan.

Art. 7.

De namen van de personen, welke op de voorwaarden bedoeld in Art. 5, alinea 2 en in Art. 6, vrijgelaten zijn, worden door den oorlogvoerenden nemer aan den anderen oorlogvoerende bekend gemaakt. Aan dezen laatsten is het verboden zoodanige personen voorbedachtelijk te gebruiken.

Art. 8.

De bepalingen der drie vorige artikelen zijn niet van toepassing op schepen, welke aan de vijandelijkheden deelnemen.

Sluiten