Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schieden in gevallen, waarin het behoud van de prijs de veiligheid van den nemer of den goeden uitslag van zijne operaties in gevaar kan brengen. Daarbij moet voor de veiligheid van personen en scheepspapieren gezorgd en eventueele vergoeding van schade en interesten verleend worden.

Volgens den Russischen kolonel Outchinnikow kan een schip, dat de onzijdigheid schendt, geen recht doen gelden op de voorrechten van de onzijdige hoedanigheid en doet het feit, dat het genomen is onder voorwaarden, welke zulks rechtvaardigen, den eigendom overgaan in handen van den nemer, die dus vrij is er mede te handelen als met zijn eigen goed en het derhalve kan vernietigen.

Die redeneering is m.i. onjuist, omdat een prijs geen prijs is, vóórdat een prijsgericht het rechtmatige van de prijsmaking heeft uitgemaakt. Eerst door het vonnis van het prijsgericht kan de nemer rechtmatige eigenaar worden.

Duitschland, dat ten deze zich geographisch nagenoeg in denzelfden toestand als Rusland bevindt, ondersteunde het, doch Groot-Britannië en de Vereenigde Staten van XoordAmerika waren voor het volstrekt verbod van vernietiging. Belet de geographische toestand — redeneerden deze — aan een Staat het recht 0111 onzijdige schepen, die contrabande vervoeren of eene blokkade verbreken, volledig uitte oefenen, dan moet hij die schepen vrij laten. Datzelfde werd reeds door mij in 1888 betoogd. 1) Bij eene stemming in het comité van onderzoek stemden voor het verbod der vernietiging van prijzen 11 Staten voor, 4 tegen en 2 onthielden zich, terwijl voor het Russisch voorstel — vrijheid tot vernietiging — 6 Staten voor, 4 tegen waren en 7 zich onthielden.

Er bleek dus uit dat eene overeenstemming op dit punt voor het tegenwoordige niet te verkrijgen is, maar tevens dat er eene sterker neiging bestaat 0111 de vernietiging af dan goed te keuren.

1) d. B. P. Het Internationaal maritiem recht. 1888. bl. 589.

Sluiten