Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemming of zoodanige andere haven als het zil worden aangewezen.

Hetzelfde geldt voor een schip, dat zijn laatste uitvaarthaven zal hebben verlaten vöór het begin van den oorlog en een vijandelijke haven inloopt zonder te weten dat het oorlog is.

Art. 2.

Het Koopvaardijschip dat, ten gevolge van overmacht, de vijandelijke haven binnen de tijdruimte bij het vorig artikel bedoeld, niet zou hebban kunnen verlaten, of aan hetwelk het vertrek niet zou zijn toegestaan, kan niet verbeurd worden verklaard.

De oorlogvoerende kan het alleen aanhouden, onder verplichting het na den oorlog zonder schadevergoeding terug te geven, of hij kan het door requisitie benutten met schadevergoeding.

Bij dit artikel heeft men in het oog gehouden dat de rechtmatige belangen van den oorlogvoerende vorderen, dat aan een koopvaardijschip, hetwelk men vermoedt binnen korter of langer tijd, getransformeerd in oorlogsschip, als hulpkruiser of als transportschip, tegenover zich te kunnen zien, niet worde vergund uit te loopen.

Hij kan het dan aanhouden, maar niet verbeurd verklaren.

Art. 3.

De vijandelijke koopvaardijschepen, welke hunne laatste uitvaarthaven vóór het begin van den oorlog hebben verlaten en die in zee aangetroffen worden, onbekend met de vijandelijkheden, kunnen niet verbeurd worden verklaard. Zij mogen alleen opgebracht worden, onder verplichting hen na den oorlog zonder schadevergoeding terug te geven, of te worden gerequisitionneerd, of zelfs te worden vernietigd, onder gehoudenheid van schadevergoeding en onder verplichting te voorzien in de veiligheid der personen zoowel als in het behoud der scheepspapieren.

Art. 4.

De vijandelijke koopwaar, welke zich aan boord bevindt van de schepen, bedoeld in de Artt. 1 en 2, is mede vatbaar om te worden genomen en na den oorlog zonder schadevergoeding te worden teruggegeven, of om te worden gerequisitionneerd tegen

Sluiten