Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet de Commandant der aanvallende zeemacht, alvorens het bombardement te doen aanvangen, alles wat van hem afhangt doen om de autoriteiten te waarschuwen.

Art. 7.

Het is verboden een stad of plaats te plunderen, zelfs indien die door bestorming is genomen.

Deze algemeene bepalingen hebben betrekking op alle bombardementen door eene zeemacht in oorlogstijd ondernomen, onverschillig of de plaatsen verdedigd of niet verdedigd worden. In tijd van oorlog is er in het opschrift van het reglement bijgevoegd, omdat men ook nog bombardementen kent zonder bepaalden oorlog, als bestraffingsmaatregelen, zooals dezer dagen het bombardement van Casablanca in Marocco.

De bepalingen van dit hoofdstuk komen overeen met die van de artikelen '25—27 van het Haagsch Reglement van 1899 voor den oorlog te land.

De bepaling omtrent de zichtbare teekens, welke door de inwoners op de vrij te waren gebouwen moeten worden gesteld, heeft vrij veel hoofdbreken gekost. Men wilde eerst dat de autoriteiten van de plaats aan den Commandant der zeemacht zouden mededeelen, welk teeken was aangenomen. Wegens de moeilijkheid is daarvan afgezien en is in het reglement het teeken vastgesteld. Welk zou het beste wezen ? Een vlag van één kleur, maar dan welke? Wit — beteekent overgaaf, rood revolutionair, zwart de pest, geel quarantaine, blauw en grijs teekenen zich niet at tegen de lucht. De Marine-officieren hebben ten laatste het vastgestelde het beste geacht.

Mij komt het voor dat het middel, — wat men ook verzinne — weinig zal baten, vooral bij steden welke in eene^ vlakte liggen, achter duinen. De gebouwen steken zelden zóó hoog uit, dat het teeken op de groote afstanden, waarop de marine kan vuren, zichtbaar kan worden. Het eenige middel om die instellingen werkelijk te vrijwaren tegen bombardement is zulk een bombardement voor goed als barbaarsch te verbieden.

Aan de Derde Vredesconferentie om dat te doenl

Sluiten