Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

üüil

1869.

DE VERKIEZINGEN. Candidaturen.

„Weet men in welke handen de Nationale Vertegenwoordiging eindelijk vallen kan ?"

G. K. v. IIooendorp.

Het tijdstip nadert, waarop het zelfstandig oordeel der kiezers de uitvallende loden der Volksvertegenwoordiging op hunnen zetel zal bevestigen, of wel de te ligt bevondene in de schatting der Natie, door andere en waardiger mannen zal vervangen. Want allereerst, zal de openbare meening niet in dit of dat district, maar in het gansche Rijk, over het parlementair gedrag van hen die geacht worden het geheele Nederlandsche Volk te vertegenwoordigen, onbevangen uitspraak behooren te doen, en de kiezers, die hunnen pligt begrijpen, zullen dan ook beter beseffen, dat de aangewezen persoon hier of daar niet in de Nationale Vertegenwoordiging, maar fernaauwernood in den Gemeenteraad of in de Provinciale Staten, eene plaats verdient. — Al dadelijk zal in de jongst verloopen weken, de schrale opkomst der Leden van de Tweede Kamer bij verschillende gelegenheden, de aandacht hebben moeten trekken; soms ontbreken er van onze Wetgevers, niet minder dan 25! maar is de partijzucht in het spel, dan staken de stemmen van de in allerijl opontbodene,

Sluiten