Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ven, de ander wederregtelijk beschimpt en door het slijk gesleept.— En zou het daarentegen vrijstaan, het stelsel dier onwaardigverklaring zoo ver uit te strekken, dat men de verdiensten van geboren Nederlanders voorbijziende, de deur der Tweede Kamer voor eerst onlangs genaturaliseerden zoude openstellen?

Als men tot het besef komt, dat alle uitsluiting op grond van verschil van denkwijze, slechts wrok en verbittering voedt; dat daarentegen, een onbelemmerde en rondbortige gedachtenwisseling toenadering pleegt te bewerken, daar zij het misverstand niet zelden wegneemt, zoo bezit Nederland behalve de tegenwoordige Leden der Kamer, nog mannen genoeg, die, hetzij bij het verschil over koloniale politiek, over de verhouding van Kerk en Staat, over de eischen van Hooger en Lager Onderwijs, over Regterlijke organisatie en de afschaffing der doodstraf, of over het stelsel van belastingen, over de inrigting van Land- en Zeemagt en van andere middelen van tegenweer, zelfstandig en bezadigd vrij wat licht kunnen doen opgaan. Wil men zonder achterdocht, oudere en jongere talenten en krachten tot nut van den Staat uit alle rigtingen gebruiken — mits geen geheime verbindtenis de tong boeije, en de constitutionele monarchie ongekrenkt door alle candidaten zonder onderscheid uit overtuiging gehandhaafd worden, zoo ontbreken ons nog geene medeburgers, gaaf van alle parlementaire antecedenten. Heb ik vroeger een en ander maal te vergeefs op den Utrechtschen Wethouder Mr. W. R. Boer gewezen, ik voeg er heden welligt wat onbescheiden, maar in het belang der goede zaak en voor verschillende kies-districten, met voorbehoud van aanvulling, met den meesten nadruk de namen bij van de Heeren Mrs. H. G. Römer, oud-secretaris der Gemeente Utrecht, H. J. van der Heim, H. F. van Zuylen van Nyevelt, M. F. Lantsheer, J. R. Oorver—Hooft, Wethouder te Amsterdam, J. H. Gilquin, Regter te Haarlem, Telting en van Weideren Rengers te Leeuwarden; van de Raadsheeren Vaillant, van Panhuys en de Jonge, te Middelburg enz.; Men sla de lijst op der medearbeiders aan de Bijdragen voor Regtsgeleerdheid en Wetgeving aan de Themis, aan de Bijdragen voor Administratief Regt, en zoo de partijzucht het gemoed niet

Sluiten