Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEVAAR VAN BUITEN. Eensgezindheid Nederland en België.

Nooit scheen in de jongst verloopen jaren, sedert 1867, de oorlog zoo nabij. Het diplomatisch beleid is niet altijd tegen list en geweld der overmagt bestand. Maar alle Staten, hoe klein ook, zijn sterk door Vaderlandsliefde en door eendragt. Het is een stokregel der politiek in England, tegenover het gevaar van buiten, alle partijgeschil te laten rusten, en het Bewind, hoedanig dan ook de geest en zamenstelling zijn, te stutten en te onderschragen, om de Nationale waardigheid en bovenal 's Lands onafhankelijkheid te doen eerbiedigen. — In zulke oogenblikken denkt de eerzucht aan geene portefeuille-jagt; Wighs en Tories, conservativen en radicalen slaan togen den gemeenen vijand, den belager van ons volksbestaan, de handen ineen. — Welke derhalve de wending der gebeurtenissen zijn moge, noch Frankrijk, noch Pruissen behooren hier te lande weerklank of voorspraak te vinden. — Voor de taal van beiden zal, naar wij vertrouwen, het Kabinet van 's Gravenhage doof blijven. De onschendbaarheid van het grondgebied moet ten spoedigste verzekerd worden, zoowel door huishoudelijke maatregelen ter versterking onzer weerbaarheid, als door tijdig overleg met het naburig België. De Arnhemsche Courant sloeg heden in dien zin, den echten toon aan. — En was in 1867 de overeenstemming der beide landen, in de uitdrukking van dezelfde warme gehechtheid aan de nationaliteit, bij het eerste beroep van hier op zamenwerking, een verblijdend verschijnsel, geen verschil van inzigten aangaande de binnenlandsche Regeerkunde, zal ook thans in den weg staan om ons neutraal grondgebied, is het nood, door gezamelijke strijdkrachten te doen ontzien.

UTRECHT, 12 Julij 1870.

Sluiten