Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

algemecno zaak eerst in kleineren, daarna in grooteren kreits als van zelf geweerd.

Hoe eertijds onze schranderste en edelste Staatslieden soms een halve eeuw lang, hunne begaafdheid deden uitblinken, allereerst gevormd in de behandeling der gemeentelijke en provinciale belangen, later door het bestier der zaken van het gansche land, een Oldebarnevelt, een van Beuningen, een Beverningh, een Hop, een Heinsius en van de Spiegel hebben het schitterend getoond. Vallen de knellende banden der Fransche centralisatie, bij de herziening van onze Gemeente en Provinciale wet meer en meer weg, de eerzucht van jeugdige en wakkere mannen zal in de deelneming aan een vrijer en gewigtiger Bestuur van Steden en Gewesten, even als voorheen, meer bevrediging en voldoening vinden. Zoo zullen de riddersporen worden verdiend, om daarna in 's Lands Vertegenwoordiging den wel en deugdelijk door het vertrouwen der burgers gewonnen parlementairen zetel in te nemen.

Met een minder eenzijdigen blik, zou de heer Thurlow zelfs in de rij der „jeunesse dorée" van 's Gravenhage de loffelijke zucht hebben kunnen ontwaren, om bij gebrek aan het deelgenootschap van parlementaire debatten, inmiddels zich in een ander strijdperk te onderscheiden. — Zoolang de vrijwillige wapenhandel, de scherpschutters-vereenigingen en andere burgerwapening, door de bloedige gebeurtenissen van 1866 op den eersten kreet der vaderlandsliefde uitgelokt, telken jare in het gansche land en niet het minst in de hofplaats, ijverig oefening en deelneming aan den nationalen wedstrijd vinden en het Hoofd van den Staat en de vermoedelijke erfgenaam der Kroon daarbij het voorbeeld geven, staat het geen diplomatieken agent van welke Mogendheid ook vrij, zonder luid protest onzerzijds, even laatdunkend als onwaar, op minachtenden toon van Nederland te gewagen.

UTRECHT, 13 Julij 1870.

t>

Sluiten