Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

publieken geest, in zoo vele jaren van vrede ingedommeld, tegen het steeds min of meer dreigend oorlogsgevaar wakker schudt in eene taal, die gewis ook zonder deze aankondiging, weerklank zal vinden en nog bij tijds handen aan het werk kan doen slaan ter versterking van 'sLands Weerbaarheid. — Die taal moge sommige dusgenaamde Volksvertegenwoordigers onaangenaam en hard klinken, zij was maar al te zeer verdiend. Waar weleer het voorgeslacht door Frankrijk, Engeland en Duitschland verlaten, onder de leiding van Prins Maurits, niet versaagde, maar kloek als die ruwe krijgsman betuigde en toonde zijne huid duur te zullen verkoopen; waar later een Willem III tot antwoord aan verraderlijke inblazingen verklaarde, wel een middel te weten om den ondergang van zijn Vaderland niet te aanschouwen, dat is, om te sneven bij de verdediging der laatste gracht, daar, bij zulk een Volk, mag geene onedele en flauwhartige stem, als die in het Voorloopig Verslag door enkele Leden der Vertegenwoordiging geuit, lijdelijk vernomen en geduld worden. Wie de meening zou beamen, dat „al konde en wilde men die offers aan 'sLands verdediging brengen, het toch eene hopelooze onderneming zoude zijn voor een kleinen Staat als de onze," zou onnadenkend den weg banen, 0111 eerlang en onherstelbaar onder het ondragelijk juk der Pruissische overheersching, in geld en manschap het twintig- en honderdvoud dier offers als gedweeë slaaf te moeten storten. — Het herstel van het Duitsche Rijk met den heilloozen invloed van een grenzenloos Pangermanisme, dat Nederland en België, zoowel als het vrijgevochten en afvallig Zwitserland, ja zelfs de Russische gewesten aan de Oostzee in zijn onverzadelijken waan verslindt, met oorlogen zonder einde, waarin onze burgers en veelbelovende jongelingen honderde uren vèr ter slagtbank zouden worden gesleept, in plaats van wakker en waakzaam ter verdediging van Neêrland's grond, tijdig en onbekrompen uit 's Lands kas toegerust, mannelijk den vijand te helpen afweren, ziedaar naar het schijnt het afschuwelijk lot en de toekomst, die onzen verdienstelijken medeburger voor den geest zweefden, en voor welke hij de Natie poogt te behoeden.

De schrijver had geen ander streven, dan om ons te door-

Sluiten