Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grijs geworden medeburgers; zal men die alleen uit do StatenGeneraal stooten ? Zal men onkel en alleen in het Britscho parlement eerbiedig aan de lippen hangen van Staatslieden, met de ervaring van meer dan een halve eeuw verlicht en verrijkt? Derhalve nog eens, wat voor anderen zonneklaar mogt zijn, zullen, zoo ik vetrouw, onze Utrechtonaren niet zoo ligt zonder bewijs aannemen. Neen — met alle hulde voor de diplomatische bekwaamheid van den Graaf van Zuylen, voor de staathuishoudkundige scherpzinnigheid van den heer Boer, blijft het mijne overtuiging, dat de gematigde en heldere denkbeelden van onzen vertegenwoordiger Kien in den strijd van Staat en Kerk, op koloniaal gebied, gelijk in het belang van 's lands verdediging of ter behartiging van het Hooger Onderwijs, op de zooveel jaren met eere bezette plaats, bij voortduring nut kunnen stichten, in een tijd vooral van maatschappelijke omkeering hoe lang zoo meer met gevaar van buiten gepaard.

UTRECHT, 7 Junij 1871.

DE HEER KIEN EN DE OPENBARE MEENING.

Ik heb naar ik vertrouw, vrij duidelijk getoond, niet de candidatuur van den heer Boer of van den Graaf van Zuylen, maar enkel en alleen de hatelijke onwaardig-verklaring van den regtschapen man, die tevens het hoofd van onze gemeente is, te bestrijden. Sta ik in dit opzigt, gelijk beweert wordt, nagenoeg alleen? Zou ik inderdaad, naar men wil, als een zonderling of kluizenaar blind zijn „zoowel voor de verschijnselen, als voor de behoeften der werkelijkheid?" Het is anders te Utrecht nog al bekend, dat ik vooral in de laatste jaren, sedert 1866 ten gevolge der bloedige gebeurtenissen in Duitschland, niet heb opgehouden mij regelmatig in allerlei kringen der burgerij te bewegen, bij welke gelegenheid men dan nog al tamelijk op de hoogte blijft van de stemming van den volksgeest. En het viel

Sluiten