Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oen duisterling goed vindt in het dusgenaamd Vader/mul te schrijven, dat de vervanging van den heer Kien, door „le premier venu", oen gewenschte zaak zoude zijn, halen onze erkentelijke medeburgers de schouders op. „Le premier venu" in den Haag en elders weet, wat men van den 'N aderlandschen zin van een blad te oordeelen heeft, dat te Berlijn en wel in den Kladderadatsch, zijne waar Iaat aanprijzen. — Ieder onzer daarentegen niet door partijzucht verblind, laat den hoer Boer, maar evenzeer den heer Kien regt wedervaren; en zoo is het te verklaren, dat niet slechts te Utrecht, maar ook ton platten lande, — naar men mij nog gister meldde, — velen, die zich over de onbesliste stemming van 13 Junij, als over eene „aanvankelijke overwinning verheugen" de overwinning gaarne „volkomen" wenschten, en dat de heer Kien opnieuw het mandaat kreeg. — Geen hatelijke strijd derhalve is in ons district te voeren, maar een edele naijver, die het gepleegd verzuim trachte te herstellen, en de kiezers in grooter getale naar de stembus drijve, ziedaar wat de geestverwanten van de beide waardige mededingers behoort te bezielen. — De verkiezing tot de nationale Vertegenwoordiging is eene te gewigtige zaak, dan dat — zoo als don 13 Junij heeft plaats gevonden, — meer dan de helft (van de 2797 kiezers kwamen slechts 1254 ter stembus) zich onverschillig voor 's Lands welzijn schuil houden. In dezen hagchelijken tijd geldt het de hoogste belangen, niet alleen die van onze stoffelijke welvaart, van volksbeschaving en ontwikkeling, maar zelfs die van Neérlands onafhankelijkheid en volksbestaan, door een overmoedigen nabuur en door flaauwhartige vereerders van het geweld in ons midden, om het zeerst bedreigd. In zulk een tijd van behoefte aan eendragt, aan eene vorzoenende politiek, aan praktische behandeling van dringende zaken, niet van bespiegeling of oprakeling van een versleten verleden, — in zulk een tijd worden wij opgeroepen niet zoozeer om het uitnemend regt van den Staatsburger te oefenen, als wel om een heiligen pligt te betrachten, dien wij zonder schaamte niet kunnen nalaten.

In zulk een tijd moet meer dan ooit, onze Afgevaardigde — hij zij dan Mr. W. R. Boor, dan wel — die mijne voorkeur behoudt Mr. N. P. J. Kien, door het ondubbelzinnig meest

Sluiten