Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlandsche bezittingen ter Kuste van Guinoa, en wel in weerwil van hot luid en roerend protest der koloniale bevolking tegen de gevreesde overlevering aan het geweld harer vijanden, nemen ootmoedig de vrijheid, zoo beknopt doenlijk, bij Uwe Majesteit de gronden uiteen te zetten, die in hun oog ditmaal eone meer dan gewone zorgvuldigheid in het uitoefenen van Haar onbetwistbaar regt vereischen.

Eerst dezer dagen zijn, bij gelegenheid der overkomst van den heer David Mill Graves, met de hoedanigheid van Vertegenwoordiger (Gezant of Afgevaardigde) der Elminezen bekleed om hunne jammerklagt voor Uwer Majo3teits Troon te brengen, voor het eerst Adressen en andere bescheiden bekend geworden, die, naar schijnt, onafscheidelijk van het Ontwerp van wet, zoowel aan den Raad van State, als vervolgens aan de Tweede Kamer desniettemin zijn vreemd gebleven.

Van het omzigtig en waarheidlievend beleid der Eerste Kamer, van hare onzijdigheid had de Natie reden te verwachten, dat zij, alvorens onmiddelijk het debat over het Tractaat zelf te openen, de nu voor bet eerst kenbaar geworden stukken niet eenvoudig ter griffie zou hebben doen nederleggen, als gold het eene petitie over een of andere individuele grief; maar dat zij bepaald en als praeliminair punt zouden hebben overwogen en na omvraag beslist, of niet die stukken met terugzending van het ontwerp aan de Tweede Kamer moesten worden medegedeeld.

Langs dien weg zou men hebben kunnen vernemen, of die tak van Volksvertegenwoordiging al dan niet bleef volharden, bij het Besluit tot afstand der Kust, met zoo geringe meerderheid van stemmen doorgedreven; dan wel nog, of misschien de Tweede Kamer op hare beurt, van oordeel zoude zijn, dat de deels achtergehouden, deels thans allereerst ingekomen stukken, nog vooraf aan den Raad van State als praeadviserend Collegie, behoorden kenbaar te zijn.

Zonderling mag het voorkomen, dat terwijl onder de Leden der Eerste Kamer meer dan één voormalige of tegenwoordige pleitbezorger te vinden is, de beginselen der burgerlijke proces01 de door niemand aldaar ten behoeve der zoo ligtvaardig opge-

Sluiten