Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAG DE TWEEDE KAMER DEN MINISTER VAN KOLONIËN LATEN BEGAAN.

Guinea.

Zoo ik mij overtuigd hield dat de Volksvertegenwoordiging doorgaans in den geest der Natie hare roeping vervult, zou ik haar en aan de gewone tolken der pers, ter besparing van den tijd die mij na vele beslommeringen overig blijft, liefst uitsluitend het woord gunnen. — Maar als ik mij telkens met niet weinigen in den Lande telourgesteld zie, ben ik wel mijns ondanks verpligt de pen op te vatten en zooals ik pleeg, zonder omwegen gelijk zonder aanzien dos persoons, uit te spreken wat mij waarheid dunkt. Dit hardop denken moge sommigen aanstootelijk zijn, het geeft het voorregt, van geene bijoogmerken verdacht te kunnen worden gehouden en zich juist te vertoonen, wie men is. Van den tijd af, dat ik nu ongeveer een halve eeuw geleden, met den rondborstigen Paul Louis Courier dweepte, heeft mij eene vrije en openo gedachtenwisseling over de gebeurtenissen van den dag steeds sterk aangetrokken, en veel meer nog dan het scherp en bijtend vernuft van den wegslependen Publicist, behaagde mij zijne onbaatzuchtige eerlijke taal.

Diezelfde waarheidsliefde bleef sedert in Frankrijk de regtschapen Henri Fonfrede, do waardige zoon van een der Girondins, slagtoffers der Omwenteling, onwankelbaar getrouw en van het lafhartig naamloos geschrijf afkeerig. En wat mij bij het lezen der Bijdragen tot de Huishouding van Staat van G. K. van Hogendorp, reeds als jongeling met den diepsten eerbied jegens den Bevrijder van het Vaderland vervulde, het was vooral de edele openhartigheid van den grijzen Minister en Afgevaardigde, zijne zucht om daarmede de Natie voor te lichten en meer en meer een reinen publieken geest, wars van partijschap te doen ontwaken. Dat achtbaar toonbeeld wijst ons allen nog heden den regten weg om wanneer men door mond of pen het waagt tot zijne Landgenooten, hetzij dan in of buiten de Staten-Generaal te spreken, en de openbare aangelegenheden te behandelen,

Sluiten