Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onbeschroomd on al zij het bezadigd, zonder terughouding den toestand bloot te leggen. — Zoo komt het mij dan met opzigt tot de zaak van Atsjien voor, dat de Tweede Kamer evenals wij door het berigt der noodlottige oorlogsverklaring verrast, en door den Minister van Koloniën volstrekt niet naar behooren ingelicht, niet zulk een haast had moeten maken om de ontspanning van het Paasch-reces te genieten. Zoo heeft het mij met velen bevreemd, dat na de droevige tijding der nederlaag, en bij het hervatten der werkzaamheden, de Kamer met de meeste toegeeflijkheid den Minister, wien men waande terstond te zullen zien aanvallen, integendeel gelaten en geduldig een uitstel had verleend en zich tot een ijskoude afleiding dagen lang in de Sectiën had verledigd. Als Volksvertegenwoordiger volstrekt niet naar eene of andere portefeuille hakende, zou men, naar het schijnt, zonder de minste vrees voor miskenning, dien Staatsman en zijne Ambtgenooten wier geweten met eene zoo zware verantwoordelijkheid gedrukt moest zijn, onmiddellijk door een scherp verhoor op feiten en artikelen van dien last hebben kunnen ontheffen, of langs dien weg, de bewijzen of aanwijzingen van hunne schuld hebben verkregen. En toen dan nu de overgelegde Nota of Memorie betrekkelijk de verhouding tot Atsjien van 1824—1873 zoo weinig licht had geschonken, dacht men althans na een driedaagschen feilen Strijd een of ander besluit der Kamer te zullen vernemen, dat eiken twijfel wegnam. Men tracht de schrale uitkomst te verbloemen, en geeft zich over en weder den schijn van tevredenheid met de onbesliste zegepraal. — De Minister van de Putte kent het revolutionnair geheim: „de 1'audace, encore del'audace. ettoujours de 1'audace." Wel verre van in dit oogenblik verpletterd te zijn, kondigt hij stout de voortzetting van den krijg door een nieuwe expeditie en de aanstaande indiening van een credietwet aan. En niettegenstaande de schranderste Leden der Oppositie de Aota als geenzins den oorlog regtvaardigende met nadruk hebben bestreden, heeft het er veel van, alsof nu de oorlog eenmaal begonnen is, naar hun inzien de middelen zullen behooren verstrekt te worden, om dien onder diezelfde leiding van het Staats-

Sluiten