Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch wat van dio gebeurtenissen zij, de Volksvertegenwoordiging is daardoor niet gehouden; zij heeft de handen vrij, en haar geheugen kan niet zoo gebrekkig zijn, of zij zal zich nog versch en levendig hare eigen uitspraak, tijdens do beraadslaging over de Staatsbegrooting van 1871 herinneren: „Dat immer eenig Nederlandsch Vorst ons klein land in een aanvallenden oorlog — want van zulk eenen kan hier alleen sprake zijn — zou willen wikkelen, mag wel als hoogst onwaarschijnlijk worden beschouwd.' Die uitspraak der Tweede Kamer prijkte naauwelijks een jaar geleden aan het Hoofd der Adviezen over het Regt van Oorlog en Vrede, door de H.H. Mrs. P. van Bemmelen, J. T. Buys, B. D. H. Tellegcn en G. van Oosterwijk met mij uitgebragt ') en door de zorg van het Hoofd-Bestuur van het Algemeene Nederlandsche Vredebond, niet hetminst van den ijverigen President Mr. D. van Eek, Lid der Sta ten-Generaal, in het licht gegeven. Nooit heeft iemand den vredelievenden aard der Nederlandsche Natie in twijfel getrokken, al erkende men sints drie eeuwen even volmondig, dat ditzelfde Volk, afkeerig van aanval en geweld, zich niet lafhartig alles liet welgevallen, maar steunende op de heiligheid zijner zaak en van zijn goed regt, kloekmoedig de overmagt van den stoutsten Veroveraar trotseerde. Te allen tijde hoeft men hier goed en bloed voor het bedreigd Vaderland veil gehad, en ten offer gebragt, maar de regten van andere onafhankelijke Staten geëerbiedigd of door de zedelijke magt der theorie van Europa's evenwigt, als zijne eigene doen ontzien.

Is derhalve het aangevraagd crediet, ja welligt het dubbel cijfer voor het behoud van onze onwaardeerbare bezittingen onontbeerlijk, het worde tot versterking van Vloot en Leger tegen toekomstige denkbare aanranding, tot tegenweer, niet tot aanval ruimschoots verstrekt en aangewend; niet tot nieuwe krijgstoerustingen tegen Atsjien, dat als een andere Krim, het graf en de moordkuil van onze dapperen zou kunnen worden, en hetgeen nog meer te duchten ware, een kreet van weerwraak

') Bij Gebrs. Belinfante gedrukt: (Over de vraag van herziening van Art. 56 der Grondwet) 's Gravenhage 1872.

Sluiten