Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENE VERDUIDELIJKING, GEENE ANTICRITIEK.

Vereerd met de toezending van een paar uitnemend welwillende aankondigingen van mijn jongst geschrift, onlangs ook in dit Dagblad beoordeeld '), wensch ik door eene nadere verklaring den lof van waarheidsliefde te verdienen, mij niettegenstaande deze en gene berisping, ruimschoots toegekend. — De Provinciale Groninger Courant (20, 22 September jl.) gispt mijn aristocratisch streven en vraagt, wat het tien of twaalftal aanzienlijke mannen ter verhoeding van nieuwe ministeriële botsingen of crisis, dan toch eigenlijk mijns inziens te doen zouden hebben ? Alleen in den gezonden zin van het Volk, ziet zij het redres van onzen toestand. — Eilieve, wat dunkt mijn geëerden criticus van het voorstel der negen mannen van 1844 ter verkrijging der Grondwetsherziening? Met terugblik op de eindelijk wel geslaagde pogingen van den Raadpensionaris van Zeeland, van de Spiegel, begreep ik, dat niet een of andere democratische vereeniging met eenige honderden Leden van Burgerpligt of andere clubs de verwarring zouden helpen stuiten, maar dat de aanzienlijkheid der posten en de daarmede onafscheidelijk gepaard gaande bevoegdheid dier mannen, welke ik met den vinger aanwees, oud-Ministers, Staatsraden, enz. aan hunne adviezen kracht zouden bijzetten. Wat had zonder het initiatief der negen Leden van de Tweede Kamer, het Nederlandsche Volk met al zÜn «gezonden zin" kunnen uitwerken? — Wat mijn dusgenaamd „aristocratisch" streven betreft, moet ik onderstellen, dat mijn reeds in 1836 uitgegeven Vertoog tegen de Familie Begeringen in de Republiek der Vereenigde Nederlanden (Geschied- en Letterkundige Herinneringen, II. bl. 28—73) en wat ik er van de fiere „Taelmans Swoerne Meente" enz. van Groningen ophaalde, mijn heuschen tegenstander onbekend is gebleven. En het nog zoo versch beroep op de woorden en daden van den burger Pieter Vreede in mijn allerlaatst geschrift, geeft van het „aris-

') Een blik op Noord-Brabants tnateriëlen vooruitgang, enz. 's Hertogenbosch, W. C, van Heusden, 1873.

Sluiten