Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nationale belangen in de waagschaal. — Het is geene geringe zaak, en het zou met de regtvaardigheid in strijd zijn, zoo maar roekeloos en ligtvaardig, het Bestuur over, en de welvaart van meer dan 20 millioenen menschen aan éénen man over te laten, die Java zelf nooit aanschouwd hebbende, en uit de verte door een rfi^^aw^-Minister van Koloniën beheerscht, „de welvaart van zoovele millioenen menschen, onze natuurgenooten, en het welzijn van zoovele duizenden onzer Landgenooten, door verkeerd inzigt en begrip in hunne grondvesten kan schokken" »). Nederland en Indië bloeden en zuchten immers beiden onder den invloed van de rampzalige gevolgen van den onbezonnen gevoerden oorlog tegen Atchin, waarvan het voor den Minister Fransen van de Putte zoowel als voor den gewezen Landvoogd met eiken dag hoe lang zoo moeijelijker wordt, de zedelijke verantwoordelijkheid te dragen. Hebben wij dan nog niet leergeld genoeg van avontuurlijke proefnemingen? En zijn er niet in Nederland en Indië beiden specialiteiten in overvloed aanwezig, die althans boven een diplomaat uit den vreemde te ontbieden, in aanmerking kunnen komen, waar het de zorg voor de belangen van koophandel, scheepvaart, reederijen, landbouw, manufactuurwaren en andere takken van nijverheid geldt, van een deel der wereld, dat hij nooit heeft betreden. — Hoe menigwerf gebeurde het niet dat, wanneer eene ot andere dier bedoelde Indische specialiteiten hetzij over de waarde of onwaarde van het Cultuurstelsel of over andere geschilpunten van koloniale politiek, een gevoelen had geuit dat anderen mishaagde, men de tegenwerping hoorde, dat de bekwame en schrandere man wel in andere opzigten met zeker gezag van ondervinding kon spreken, maar niet evenzeer in het stuk, dat aan de orde was; dat hij b. v. wel in hooge Regterlijke betrekkingen op Java maar niet als Resident ervaring had verkregen, of wel dat hij wel Ambtenaar ter Algemeene Secretarie, niet in de binnenlanden was geweest, wèl aan de West-Kust, maar dat hij den Oost-hoek niet kende. En wat hebben niet

') Zie het Woord van Candidus Ten Brink bij Nahuys van Ruimst Beschouwingen over Ned-lndïè bl. 110 ('s Gravenh. 1848).

Sluiten